Wat is geloven nu eigenlijk? Doe ik dat zelf, of doet God dat? En hoe stel ik me verder op in mijn geloofsleven: actief of passief? Het is toch 'God Die het doet'?
Dit zijn denk ik erg belangrijke vragen. Menig gelovige loopt er tegenaan, soms er in vast. We kunnen ons kapot lopen in een overijverig zijn voor God, of in een geestelijke lethargie raken waarin we Gods water over Gods akker laten lopen. Ik wil daarom in een aantal gedachten op deze materie ingaan.
De harde waarheid: iedereen wordt dood geboren
Om gelijk hard met de deur in huis te vallen: wie geen geloof in God heeft, kan wel heel actief zijn in de rest van zijn leven, maar geestelijk is hij - en het klinkt zo hard dat ik het moeilijk vind om neer te schrijven - dood. Paulus schrijft de mensen in Efeze: 'U was dood door de misstappen en zonden (Efeze 2,1).' Theologen noemen dit de doodsstaat van een mens. Er is dus geen enkele geestelijke activiteit van een zondaar te verwachten, behalve dan strubbelingen die de drenkeling verder in het moeras doen zakken. Dood betekent in elk geval passief zijn.
De harde waarheid is dat dit dood-zijn voor ons allemaal geldt zoals we van huis uit zijn. Zoals we geboren worden ('van nature') liggen we in de zonde, en zijn we beheerst door de macht van de zonde, en de zonde brengt de dood.
Intussen proberen we wel alles om deze dodigheid te verbergen, en op te poetsen. Maar omdat deze daden niet bij God vandaan komen, hebben ze geen enkele betekenis of waarde. Tenminste, niet zolang men ze ziet in Gods licht.
Maar God... wil ons levend maken!
Er is gelukkig een vervolg. En dat vervolg komt van God. God wil ons niet in de modder laten zitten. Hij wil ons niet in de dood laten, maar is zelf in de dood afgedaald. Om door de dood zelf de dood te overwinnen. Jezus, Gods Zoon, heeft de macht van de zonde en de dood gebroken, en kan ons daarom uit die macht bevrijden.
God was het ons niet verplicht om ons uit de modder van zonde en dood te halen. Wij hebben onszelf daar in gebracht. En het ergste is niet dat we onszelf in een ellendige situatie hebben gebracht, maar dat we tegen God hebben gerevolteerd, in opstand zijn gekomen. Met als gevolg dat we ons van God hebben afgekeerd, en in een ellendige situatie zijn gekomen. Buiten God is geen leven, maar ellende. Mensen zijn bedoeld om met God te leven. We zijn aangeschapen op God. Wanneer we uit deze bedoeling weglopen, worden we ongelukkig. Geestelijk dood, psychisch verstoord of onvolledig. Het ware geluk ligt niet binnen handbereik. Het is een leugen van de moderne psychologie dat de mens zijn eigen geluk kan verwezenlijken.
God heeft voor redding gezorgd. Er is een uitweg. Maar...
'Een ieder die gelooft, zal behouden worden.' Leven binnen handbereik!
God vraagt geloof in Hem, om gered te worden. Wie gelooft, zal behouden worden (Rom 10,9-13). Is dat dan niet voorwaardelijk? Nee, het is eigenlijk heel logisch. Degene die macht heeft om uit de modder te bevrijden, vraagt: geloof je dat Ik het doen kan? Wanneer je dat niet gelooft, heeft het ook geen zin om de hand uit te steken. De drenkeling wordt dus gevraagd om de hand uit te steken naar Degene die gewillig is om hem eruit te halen. Dat uitsteken van de hand is geloof. Het klinkt dus heel eenvoudig. Het is ook heel eenvoudig. Geloven is tegen God zeggen: 'ik zit hier in de ellende, en ik weet dat ik bij U moet zijn om mij hieruit te halen. U bent daartoe machtig en bereid. Hier heeft u mijn hand.'
De vraag is nu: is dit uitsteken van de hand nu actief of passief? Komt dit uit de mens of uit God?
Even een pas op de plaats: is het wel zo'n relevante vraag? Eigenlijk niet. Wanneer je ziet in welke ellende je verkeert, ga je er niet over peinzen of het uitsteken van je hand nu actief of passief is. Je steekt die hand uit! Degene die Zijn hand uitsteekt, roept: doe het nu maar!
Uitstekende hand is actief
Uitsteken, we kunnen er omheendraaien, is actief. Maar - en hier gaat het voorbeeld van de man in het moeras mank - het uitsteken is een gave van God, het is door God bewerkt! Dit is nu een geheimenis wat de theologie niet klein kan krijgen. Jezus riep Lazarus uit zijn graf. Lazarus was zo dood als, .... ja, als een pier, om het zo maar even te zeggen. Niet hersendood, niet schijndood, maar helemaal dood (ook al zei Jezus dat Lazarus sliep. Ik denk echter dat Hij dat zei omdat dood vanuit Gods perspectief niet meer is dan slaap. Hij heeft macht over de dood, en kan ons met een enkel woord levend maken, zoals wij met een enkel woord iemand kunnen wakker maken die slaapt).
Wordt vervolgd
Geen opmerkingen:
Een reactie posten