woensdag 22 december 2010

Het gesprek in de kerk

'De preek, hoewel monologisch van vorm, veronderstelt (getuige haar naam 'homilia') de context van de reagerende gemeente en moet daarom in een gesprek uitmonden, wil de actualiteit van het Evangelie ten volle in het leven van de gemeente worden opgenomen. Het gesprek kan de preek niet vervangen, maar omgekeerd evenmin. Het gesprek is het verlengde van de preek, de toepassing die wordt voortgezet en uitgebreid door hen die haar straks metterdaad door hun leven in de wereld waar willen maken. Met 'het verlengde van de preek' bedoelen we niet, dat elke preek moet worden gevolgd door een gesprek over die preek, maar wel dat beide institutionele activiteiten elkaars complement zijn: de preek dreigt zonder het gesprek als vervolg te verwaaien, en het gesprek dreigt zonder de preek als achtergrond vrijblijvend te worden.'

H. Berkhof, Christelijk Geloof, 4e druk, p.376

dinsdag 14 december 2010

Vragen houdt levend

Bij wie geen vragen meer stelt, is van binnen iets gestorven.

Vragen stellen houdt ons levend.

Wanneer dogmatiek een middel wordt om vragen vroegtijdig af te stoppen, gaat de dynamiek uit de zaak en de spanning verloren.

Wie met lastige vragen van anderen over de Bijbel moeite heeft, heeft ze vaak zelf ook niet beantwoord. Om deze verlegenheid niet bloot te geven, dient een kort en slecht doordacht antwoord om de naaktheid te bedekken.

Vragenstellers zijn lastig; ze herinneren ons aan onze eigen onwetendheid. Wie te veel vragen stelt, moet dan maar worden verwijderd, om de rust binnen de gelederen te waarborgen.

vrijdag 10 december 2010

Kerstfeest vier je thuis

‘In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen…’ – Johannes 14:2a


Kerst is een feest van gezelligheid. Van donkerheid en lichtjes, de kou buiten en de warmte binnen, hier en daar een sfeerrijke kerstversiering. Ook een goed gevulde tafel met het nodige gezelschap hoort erbij om het feest compleet te maken. En waar kun je beter Kerst vieren dan thuis? Van huis zijn met Kerst kan een vreselijk eenzaam gevoel geven. Soldaten op missie, zakenmannen aan het werk, familie op reis: nergens wordt thuis meer gemist dan tijdens Kerst. Juist omdat je met Kerst thuis behoort te zijn. Overigens, thuis zijn met Kerst is nog geen garantie voor het gelukkige Kerstgevoel. Want ook dan kan de eenzaamheid gevoeld worden: door disharmonie in het gezin. En helaas voor sommigen een niet te ontlopen gegeven: de afwezigheid van juist die personen die het feest altijd tot een feest maakten wordt met Kerst bijna tastbaar.


In een diepere zin is Kerst ook het feest van thuis. In het Kerstevangelie komen we namelijk Degene tegen die Zijn Vaderlijk huis heeft verlaten, om af te reizen naar een ongastvrij land. De Zoon van God wilde voor een tijd afstand doen van Zijn hemels thuis, om temidden van ons mensen te verkeren. ‘Hij heeft onder ons gewoond’ (Joh. 1:14). Zijn leven hier was geen leven van een welkome ontvangst en een geheel verzorgd verblijf. Hij had niets om het hoofd op neer te leggen. Ook al had onze Heere Jezus een dak boven zijn hoofd, figuurlijk was Hij op deze wereld een thuisloze. Staat u daar eens bij stil, wat een opoffering dat op zichzelf is geweest: het rijke en warme hemelse thuis, opgeluisterd door de verering van engelen, te willen verlaten voor een armoedige en kille wereld, ontluisterd door de vijandigheid van mensen zoals u en ik. Dit alles is deel van de weg die Christus heeft willen gaan: de weg van afdaling, van zelfvernedering, om te komen tot op ons en uw niveau; ja zelfs nog dieper dan dat is Hij gegaan.


Waarom deed Hij dat? U kent het antwoord: om onze zonden te verzoenen. Maar zelfs deze verzoening staat in het teken van een hoger doel: om ons weer bij God te brengen (1 Petrus 3:18). Anders gezegd: om weggelopen zonen en dochters weer werkelijk Thuis te brengen. Naar dat Thuis is elk mens op zoek, rusteloos, voortgejaagd; sommigen hebben het zoeken al opgegeven. Maar dít is één van de gouden randen van het Kerstevangelie: dat Christus thuisloos wilde worden om ons weer thuis te brengen. Thuis bij een royale, gunnende, goede Vader. Over de hemel wordt in de Bijbel wel gesproken in termen van een feestmaal. Denkt u dan niet dat het daarbij gaat om de spijzen die op tafel staan; het gaat bij het feestmaal van God om degenen die aan de tafel zitten. Het gaat Hem om u!


Met deze gedachte kunnen wij Kerst vieren. Dan mag onze warme, huiselijke Kerstsfeer een weerspiegeling (ook al is het een bijzonder zwakke) zijn van het hemelse Thuis. En zelfs het gevoel van gemis van thuis of het ervaren van eenzaamheid kan ons verbinden aan deze Kerstgedachte, omdat we dan een heel klein beetje ervaren van de thuisloosheid die Gods Zoon hier zelf op aarde ervaren heeft.


Kerst is een feest van Thuiskomen. Dat gaat dieper dan we denken, veel dieper dan we kunnen ervaren, oneindig hoger dan we kunnen bezingen. Kerst is ook de vervulling van onze diepste eenzaamheid, wanneer we déze waarheid omhelzen: dat Christus ons bij God de Vader heeft willen thuisbrengen. Ik wens u en jou toe dat Kerstfeest voor u Thuisfeest mag zijn of worden!

donderdag 9 december 2010

Bevrijdende gedachte

“Indien wij geloven, dat de hemel ons vaderland is, moeten wij veeleer onze rijkdommen daarheen zenden, dan ze hier houden, waar ze, bij een plotselinge verhuizing, voor ons zullen verloren gaan. Maar hoe zullen wij ze zenden? Wel, doordat we ze meedelen aan de armen en behoeftigen, want al wat hun geschonken wordt, rekent de Here dat Hem gegeven is (Mattheüs 25 : 40). Vandaar die uitnemende belofte: “Wie de arme geeft, leent de Heere” (Spreuken 19 : 17). Evenzo: “Wie rijkelijk zaait, zal rijkelijk maaien” (2Korinthe 9:6). Want wat aan de broederen uit de plicht der liefde ten koste gelegd wordt, wordt in des Heren hand in bewaring gegeven. Hij zal het, daar Hij een betrouwbaar bewaarder is, eens met rijke rente weergeven”.

Calvijn, Institutie Boek III, h.18

maandag 4 oktober 2010

Jesus, full of grace. More full of grace than I of sin.

“Weary of Wandering From My God”

By Charles Wesley, 1749


Weary of wandering from my God,
And now made willing to return
I hear and bow me to the rod
For Thee, not without hope, I mourn:
I have an Advocate above
A Friend before the throne of love.


O Jesus, full of truth and grace
More full of grace than I of sin
Yet once again I seek Thy face:
Open Thine arms and take me in
And freely my backslidings heal
And love the faithless sinner still.


Thou know’st the way to bring me back
My fallen spirit to restore
O for Thy truth and mercy’s sake,
Forgive, and bid me sin no more:
The ruins of my soul repair
And make my heart a house of prayer.


The stone to flesh again convert,
The veil of sin again remove;
Sprinkle Thy blood upon my heart,
And melt it by Thy dying love;
This rebel heart by love subdue,
And make it soft, and make it new.


Give to mine eyes refreshing tears,
And kindle my relentings now;
Fill my whole soul with filial fears,
To Thy sweet yoke my spirit bow;
Bend by Thy grace, O bend or break,
The iron sinew in my neck!


Ah! give me, Lord, the tender heart
That trembles at the approach of sin;
A godly fear of sin impart,
Implant, and root it deep within,
That I may dread Thy gracious power,
And never dare to offend Thee more.

dinsdag 24 augustus 2010

Galaten pakt wetticisten en antinomianen bij de kraag en vertelt wat vrijheid werkelijk is

Het beseffen en doorleven van Christus’ dood is naar twee kanten toe belangrijk: naar wetticisme en naar praktisch antinomianisme (Engels: licentiousness).
Wetticisten neigen ertoe de dood van Christus voor niets te laten zijn. ‘Als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.’ (2,21)
Antinomianen gaan door het niet zo nauw te nemen met de zonde eraan voorbij wat het Christus gekost heeft: Hij heeft mij liefgehad en heeft Zich voor mij overgeven (2,20).
Paulus predikt aan de Galaten de vrijheid, maar dat moet er niet toe leiden dat ze van de weeromstuit de vrijheid gebruiken om maar hun eigen verlangens te bevredigen! (5,13)

Christus’ dood en opstanding maken vrij. Vrij van de wet en vrij om voor God te leven (2,19).

Een vrijheid die dichtbij Gods hart wordt geleefd, maakt niet eigenzinnig en onverantwoordelijk, maar wordt gekenmerkt door liefde.

woensdag 18 augustus 2010

De verzoeking en de uitdaging

Jezus moet deze strijd ook gekend hebben. Om niet de mensen naar de oren te praten, om niet naar hun pijpen te dansen, maar in afhankelijkheid van Zijn hemelse Vader Diens wil zoeken en uitvoeren. De verzoeker probeerde Hem van dit pad af te helpen, maar Hij wederstond hem (Lk 4). Het was makkelijker geweest de snelweg van menselijke roem en glorie te gaan in plaats van de harde weg van het kruis. De wil van God doen snijdt in het vlees.
Hoe anders stelden de meeste leiders van Israël uit die tijd zich op. Naar het uiterlijk de wil van God doen, en tot in details, maar met als motivatie om door de mensen gezien te worden. Deze Jezus was hen een doorn in het oog, omdat Hij door Zijn waarde totaal op God af te stemmen radicaal een andere weg bewandelde en zo hun weg als een holle geste aan de kaak stelde. Wanneer het volk deze ontmaskering zou gaan beseffen, kon dit wel eens hun positie kosten. Zij vreesden het volk, omdat het volk belangrijk was voor het hooghouden van hun eigen positie.

Een prediker staat voor de uitdaging om het Evangelie van Christus 'recht te snijden.' In deze context betekent dat niet toe te geven aan wat mensen willen horen en niet willen horen. Niet zozeer in dit principe maar in de slag naar de praktijk die vanuit dit principe moet worden gemaakt, schuilt de moeilijkheid. Want praktisch betekent dit wel dat Gods Woord in al Zijn scherpte niet met een botheid moet worden gebracht, maar ook met pastorale zuiverheid en invoelendheid. In liefde de waarheid verkondigen is een evenwicht dat moet worden geleerd, soms door schade en schande heen.
Wanneer een prediker weet heeft van een bepaalde misstand in een gemeente - ik zeg dit zonder zelf aan iets specifieks te denken - staat hij onder de verplichting daar vanuit het Woord iets over te zeggen. Hoe moeilijk kan dit zijn! Voor jonge predikers, omdat zij hun leeftijd niet mee hebben, en nog weinig worteling en goodwill hebben binnen de gemeente. Maar ook voor ervaren predikers, omdat zij juist misschien teveel goodwill hebben en hieraan misschien graag willen vasthouden! Juist zij die een bepaalde band hebben gekregen met de gemeente, weten wat er leeft, en hoe gevoelig iets ligt, en zullen er des te terughoudender over zijn hierover te spreken.
Ook hierin is Jezus het volmaakte en daarom zo onnavolgbaar lijkende voorbeeld. Hij schuwde niet de mensen die dichtbij Hem stonden te vermanen, te bestraffen, en hun innerlijke motieven bloot te leggen (Joh 6). Hij deinsde er niet voor terug om de leiders publiekelijk de waarheid te zeggen.
Zoals gezegd: elke prediker staat voor de uitdaging om de scherpte van het volle Evangelie te brengen. Maar dit geldt ook voor elke gelovige. We hebben ons de vraag te stellen: weerspiegelen ons leven en onze woorden de scherpte en de radicaliteit van het Evangelie?

Een tijdlang heb ik ermee gezeten hoe we al die teksten van het NT nu moesten plaatsen die erover gaan dat wie christelijk willen leven zeker zullen worden vervolgd. In een westerse context is er toch helemaal geen vervolging? Ik denk dat een deel van het antwoord in het bovenstaande ligt. Je kruis op je nemen is de weg gaan van het kruis, niet de weg gaan van de menselijke credits.
Zonder een geestelijk masochist te worden die het lijden en de spot over zich afroept. Want vreemd genoeg is dat laatste ook een verschijnsel van het vermogen van de mens zichzelf in de spotlights te zetten en zo op enigerleiwijze toch zichzelf te handhaven.

Bid dat we deze scherpte van het Evangelie weer mogen ontdekken.

Petrus vreesde mensen en wilde hen behagen

vervolg op: Zelfliefde, mensenvrees, mensen behagen

De werking van deze mechanismen zien we terug in Galaten 2. Daar spreekt Paulus over de apostel Petrus, de Rotsman, bekend vanwege zijn onbesuisdheid. In zijn vuur wilde hij wel naar Jezus toe, over het water. Hij wist in zijn voorkomendheid Jezus te vermanen dat deze geenszins de kruisdood tegemoet moest gaan. In hetzelfde vuur om Jezus te beschermen hakte hij iemand een oor af. Welnu, bepaald geen type dat een blad voor de mond nam en die je ervan kunt beschuldigen bang voor mensen te zijn.
Niettemin heeft hij gezegd Jezus niet te kennen, tot driemaal toe. Dat heeft hem later bijzonder gespeten, maar niettemin: hij heeft Jezus verloochend. Toen het vuur hem aan de schenen werd gelegd, haakte hij af. Gelukkig had Jezus voor zijn geloof gebeden, waardoor het stand hield.
Dezelfde Petrus stond op de Pinksterdag op om onverschrokken van Jezus te getuigen. Ook in de gebeurtenissen daarna was hij doortrokken van een onverschrokkenheid en vrijmoedigheid.
Echter, wanneer we ons afvragen waar Petrus deze vrijmoedigheid aan te danken had, moet het antwoord zijn: aan de Heilige Geest. Petrus was/werd vervuld door de Heilige Geest en dit zette hem ertoe aan het Woord met vrijmoedigheid te spreken.
Nu is deze vervulling door de Heilige Geest geen garantie voor permanent succes. De levens van vele christenen getuigen ervan dat zij fouten kunnen maken na hun bekering en na meerdere malen door de Geest te zijn vervuld.

In Galaten 2 gaat Petrus ook grondig de mist in. Uit vrees voor degenen die van de besnijdenis waren trok hij zich terug en zonderde hij zich af van de heidenen, met wie hij eerst onbekommerd had samen gegeten. Dat had wel enige moeite gekost om hem zover te krijgen (Hand.10), maar daarna leek hij toch pal voor deze ontdekking te staan, dat ook voor de heidenen het Evangelie was bedoeld en dat God geen onderscheid maakte tussen mensen.
Nadat Petrus op deze manier door de Heilige Geest in de ruimte was gezet, raakte hij zelf weer bekrompen in zijn geweten. En dat alles vanwege mensenvrees.
Petrus wilde graag in tel blijven bij degenen die van Jakobus kwamen. Antiochië was niet zijn vaste plaats, maar Jeruzalem. Zich bedenkende dat dit vrije gedrag wel eens aftrek van credits in Jeruzalem kon betekenen, trok hij de consequenties, en koos voor zichzelf.
Hij koos ervoor zichzelf te handhaven, en viel daarmee de onvoorwaardelijke reikwijdte van het Evangelie op dit punt af.
Het principe van het zuivere Evangelie, dat geen onderscheid maakt, had hij vast moeten houden. In plaats daarvoor onderwierp hij zich aan de mening van mensen.

De vrijheid van een christenmens is gebonden aan de vrijheid van Evangelie. Wanneer we ons slaven maken van de mening van mensen, verliezen we de vrijheid van Evangelie, en raken we gebonden aan mensen. Soms zelfs zozeer dat we verslaafd raken aan de goedkeuring van mensen.

De vrijheid van het zich onderwerpen aan de principes van het Evangelie staat tegenover de slaafsheid van het zich binden aan de goedkeuring van mensen.
Overigens staat daarmee niet het principe vijandig tegenover de mens. Het Evangelie is niet overeenkomstig het denken van de mens; dat wil nog niet zeggen dat het Evangelie vijandig staat tegenover de mens.
Sterker nog, het Evangelie komt op voor die groep mensen die onderdrukt worden of achtergesteld. Zoals de heidenen in Galaten 2. Want in onze ijver om goed over te komen op een bepaalde machtige groep mensen kunnen we zomaar een andere groep onder de voet lopen. Dit alles wordt ingegeven door zelfbehoud.
We zien dit vaak in hiërarchische situaties, zoals op de werkvloer. Likken naar boven, trappen naar onderen. Alles om zelf een betere positie te krijgen.
Het nare is dat we ons hier niet van bewust zijn.
Wanneer we ons werkelijk richten op hoe God over ons denkt, en niet hoe mensen over ons denken, worden we vrij om werkelijk voor iedereen het goede te zoeken, en niet alleen voor hen die in ons straatje passen. Gods straatje is immers altijd groter.

vrijdag 16 juli 2010

Vakantie in Engeland (2)

Inmiddels zijn we in het stadje Keswick zelf beland. We zitten nu in een Bed&Breakfast genaamd Tarn Hows in Eskin Street 3-5 in Keswick. Zie hier voor de locatie.
Het is wat smaller en nauwer dan de website doet vermoeden. Reeds eenmaal heb ik mijn hoofd gestoten. Het inparkeren lukte maar net. Over de chauffeuse overigens niets dan goeds.
Vandaag heerlijk door het stadje gewandeld. Geen druk om iets te doen, of om ergens op tijd te zijn. Dat is toch wel echt vakantie.
Het weer is wederom niet best, maar we vieren elk blauw plekje lucht en straaltje zon.
Wij maken ons op voor de conferentie van morgen. Het handboek voor de conferentie is al in ons bezit, ze verkopen het bij de Tourist Information.
Het programma laat al wel zien dat er meer dan genoeg te doen is. We hopen ons in de menigte te dompelen en wat contacten te maken. Hopelijk zijn er wat meer jongeren dan sommige foto's te denken geven...
Jannet heeft inmiddels een English tea klaargemaakt met de waterkoker op de kamer, dus die gaan we maar eens aanspreken.

Best wishes,

Gerrit&Jannet

donderdag 15 juli 2010

Vakantie in Engeland

Momenteel op vakantie in Keswick. Dit is een dorpje/stadje in het Lake District in Noord-Engeland.
Bij vlagen mooi weer, maar verder ook veel bewolkt. We hebben er vrede mee als we lezen hoe het in de rest van Europa is. Tropisch warm en noodweer, brr.
We hebben rond het Buttermere gelopen, dat was erg mooi.
Een rondvaart gemaakt op het meer bij Keswick, Derwentwater. Door het stadje gelopen, leuk stadje met leuke winkeltjes. Ook de wedstrijd van Nederland in een pub bekeken. Dat was niet veel soeps.
Bij een wandeling bij het meer het fototoestel verloren, en nog steeds niet terug, maar we weten al wel dat hij gevonden is! Alleen... die persoon moet hem alleen nog bij de politie brengen.
We hebben de muur van Hadrianus bezocht, en ook wat musea erbij. Mooie muur, gebouwd in AD 122. Fijn historisch moment om te beseffen dat zoiets toen gemaakt is.
En vandaag gaan we misschien mountainbiken, depending on the weather.
We zitten op een leuk plekje, 2 mile buiten Keswick, in een 'Barn house'. Klein maar gerieflijk. Alles is hier trouwens vet duur, maar daar konden we op rekenen.
Volgende week de Keswick Convention (conferentie). http://www.keswickministries.org/programme

Groetjes,

Gerrit en Jannet

zondag 25 april 2010

Zelfliefde, mensenvrees, mensen behagen

Je hebt van die mensen, die worden ‘pleasers’ genoemd. Die vinden er plezier in om anderen te plezieren. Ze hebben pas hun zin als anderen het naar de zin hebben. Sommigen hebben er zelfs hun beroep van gemaakt, zoals iemand die complete evenementen organiseert om anderen te entertainen (er is een officiële naam hiervoor, maar die ben ik even kwijt). Op een meer tijdelijke basis is een ceremoniemeester ook zo iemand, die ervoor moet zorgen dat bruid en bruidegom lekker op hun gemak hun huwelijksfeest kunnen beleven. En wat te denken van een hotelmanager, die als gastheer er natuurlijk voor wil zorgen dat zijn gasten het naar hun zin hebben.

De ene mens heeft meer aanleg voor het ‘pleasen’ van anderen, dan de andere mens. Het is een kwestie van karakter en temperament. Wanneer je sociaal, extravert en ondernemend bent ingesteld, zul je waarschijnlijk iemand zijn die het leuk vindt om door dingen te organiseren anderen te plezieren.

Overigens is het nog best lastig om voor het Engelse ‘pleasen’ en oud-Nederlandse ‘behagen’ een treffend modern Nederlands equivalent te vinden. ‘Naar de zin maken’ en ‘plezieren’ wend ik maar even daarvoor aan.

Dat mensen zich inzetten om het leven van hun medemens te veraangenamen is iets om toe te juichen. Ik kan er niets ongezonds in zien. Buiten het feit misschien dat er altijd een op zichzelf gerichte motivatie achter kan schuilen. De hotelmanager wil, door zijn gasten via een uitstekende service aan zich te binden, uiteindelijk zijn hotel draaiende houden, mogelijk met winst. Zijn (altruïstische) klantvriendelijkheid is het instrument waarmee hij zijn (egoïstische) doel wil bereiken. Egoïsme in de vorige zin hoeft niet per definitie als slecht te worden gezien, zolang de manager maar niet denkt en voordoet dat de klant zijn doel is.

Wanneer mensen mensen op een gezonde manier het naar de zin maken, wordt het leven zonniger en mooier. Dit valt dus toe te juichen. Is er echter ook een ongezonde manier om anderen te ‘pleasen’? Die is er zeker. Er zijn mensen die zichzelf opgelegd hebben om dag in dag uit voor anderen uit te sloven. Belangrijk is de frase ‘zichzelf opgelegd hebben’. Het betreft hier niet een gezonde werkgever-werknemersrelatie, waarbij de een in zekere zin voor de ander werkt. Het gaat om mensen die vanuit de gedachte dat zij enkel bestaan voor het welzijn van anderen hun leven inrichten.

Een neiging die wel tegenovergesteld lijkt aan mensen behagen, is die van mensenvrees. Natuurlijk is het absoluut tegenovergestelde mensenhaat of mensen het leven zuur maken, maar mensenvrees staat toch wel in het rijtje dat je niet direct associeert met mensen plezieren. In mensenvrees zit een beweging van mensen af, in mensen behagen zit een beweging naar mensen toe.

Hoewel ze op het eerste gezicht of gehoor niets met elkaar te maken lijken te hebben, kun je ze toch samendenken.

Als je mensen vreest, en dan met name het oordeel van mensen, neig je ertoe die mensen het naar de zin te maken, zodat ze positief over jou denken, en je eigen positie veiliggesteld is.

Dit mechanisme valt schematisch zo weer te geven:



figuur 1


De kern van het onbekeerde mensenhart is zelfliefde. De mens, die onafhankelijk van God leeft, wil dat graag zo houden. Hij verwerpt de heteronomie (dat een ander over hem zou heersen) en streeft ernaar zijn autonomie ten opzichte van God en medemens in stand te houden. Het consolideren van de eigen positie vergt al zijn energie. Eigen positie bewaren staat gelijk aan het bouwen van het eigen koninkrijk, het hooghouden van eigen naam, status en prestige, en het vergroten van eigen invloed. In het Engels kan dit met één woord worden samengevat: self-preservation.

Een van de uitingen van de zorg om de eigen positie te bewaren is bezorgdheid. Deze bezorgdheid manifesteert zich in het zich overmatig druk maken om kleding en voedsel (Mattheüs 6). Het is niet een onschuldig zorgen maken om, maar een gebrek aan vertrouwen in de voorziening van de goede God voor Zijn kinderen. Wanneer men God niet vertrouwt voor de basisnoden van het leven, moet men die zelf zien te waarborgen.

Wanneer een mens zich ontwikkelt van kind tot volwassene, komt hij tot zelfstandigheid. Hij krijgt een bewustzijn van zijn eigen positie en dat hij daaraan moet bouwen. Hij komt er toe andere mensen als een bedreiging voor zijn eigen positie te zien, en ontwikkelt een systeem van checks & balances, van geven en nemen, om zijn eigen positie in stand te kunnen houden terwijl hij met anderen samenleeft. Het zien van anderen als een bedreiging voor je eigen positie, kort gezegd: als een bedreiging voor zichzelf, kan men mensenvrees noemen. Mensenvrees is een vrees koesteren voor andere mensen, in het bijzonder voor hun oordeel. Overigens heeft deze vrees alleen maar bestaansgrond wanneer men veronderstelt dat die anderen werkelijk invloed uit kunnen oefenen op je eigen positie, en dat een negatief oordeel van hen over jou kan betekenen dat je er zelf op achteruit gaat. Om te voorkomen dat anderen een slecht oordeel over je zullen vellen, kun je je toevlucht nemen tot het hen naar de zin maken. Door zo de mensen te behagen blijft je eigen positie buiten schot en gewaarborgd. Het mensen naar de zin maken vanuit mensenvrees komt voort uit zelfliefde, en leidt er vervolgens toe dat de eigen positie geconsolideerd wordt en uitgebouwd, kortom: dat de zelfliefde versterkt wordt.


zondag 18 april 2010

Meditatie over Gal 1,6-7

6 Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. 7 Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.” (NBV)


Wat een begin! Na de aanhef en genadegroet aan de gemeenten (het gaat niet om één gemeente) begint Paulus heel verrassend. Dat zijn we niet van hem gewend! Normaal horen we hem toch allerlei dankwoorden uiten aan God, die indirect lof betekenen voor de gemeente. Ik denk even aan Kolossenzen 1,3-4: “In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt…” en zo zijn er meer voorbeelden. Maar nu? Verbazing, verwondering, ontsteltenis: ‘Het verbaast me…’ (vs. 6). En het is geen positieve verwondering die Paulus heeft! Hij vindt het namelijk onbestaanbaar dat de gemeenten zo’n switch hebben gemaakt: van Degene die hen door de genade van Christus geroepen heeft (God dus) naar een ander evangelie.


Dat is wat, als je dat op je in laat werken. Ze hebben zich van God afgewend. Dat klinkt veel ernstiger dan wanneer er alleen zou staan dat ze zich van het oorspronkelijke Evangelie hebben afgekeerd. Zoals Paulus het nu zegt, laat het meteen de diepste implicatie zien van hun keuze. Het oorspronkelijke Evangelie de rug toekeren - of je dat nu doet door er iets aan toe te voegen, of door er iets af te halen, of door het helemaal weg te gooien - betekent God de rug toekeren.


Paulus kan het niet begrijpen. Hij zou bijna aan zichzelf gaan twijfelen. Heeft hij het dan verkeerd uitgelegd? Nee, in die hoek zoekt hij het toch niet. Uit het vervolg blijkt wel dat Paulus vrij en zeker achter de door hem doorgegeven boodschap staat, en niet twijfelt aan de herkomst van die boodschap (persoonlijke openbaring van God) of aan de zuiverheid waarmee hij het Evangelie aan de man gebracht heeft. Dat hij daar zo zeker van is, werkt des te meer mee aan zijn verwondering. Als het niet aan de zuivere boodschap ligt, waar kan het dan aan liggen? Hoe kan het toch…

Hoe kan het toch… De kern van de verwondering van Paulus staat in vers 7: Er is geen ander evangelie!!!!! Volgens mij moet je hier echt uitroeptekens lezen. ‘Hoe kun je dat nou toch doen, je ziet toch wel dat wat je nu hebt géén Evangelie meer is?’ Niet alleen wil Paulus zeggen dat ze op een iets ander Evangelie zijn uitgekomen. Hij wil ronduit duidelijk maken dat er geen ander Evangelie is.

Zelf zul je toch ook ontsteld zijn als je om je heen ziet dat mensen iets waardevols en goeds voor iets minders inruilen, met de illusie dat ze juist iets beters krijgen. Dat is de reinste misleiding. Dat is ook wat hier is gebeurd: deze mensen zijn misleid. En wel door andere mensen. ‘Er is geen ander Evangelie, er zijn alleen maar anderen…’ Het Evangelie staat tegenover mensen, die willen verwarren. Sterker nog, het Evangelie staat tegenover de mens als zodanig. Vers 11: ‘Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht…’ Of zoals de Statenvertaling het zegt: ‘het Evangelie is niet naar de mens’. Dat is buitengewoon scherp. Het is Evangelie is er wel voor de mens, maar niet naar de mens. Het is niet door mensen bedacht, het past niet in het straatje van mensen, het is niet in een mensenhart opgekomen, maar het komt helemaal van de andere kant. Ontdekkend en bevrijdend tegelijk. En wanneer je dat Evangelie wilt aanpassen, wilt verdoezelen, wettischer wilt maken, of wat dan ook, dan blijf je ten langen leste niet met het Evangelie over, maar blijf je met mensen opgescheept zitten. Dan zit je onder de druk van mensen, die jou hun wil op willen leggen. Wie zich verbonden weet aan het zuivere Evangelie, weet zich vrij van de dwingelandij en groepsdruk van mensen, die anderen, niet op grond van het Evangelie maar met zelfbedachte regels (Kol 2,20-22), aan zich willen binden. De vrijheid van een christen, waar Paulus later meer over zal zeggen, wordt hier al gethematiseerd. Voor het aangezicht van God is er alleen de heerschappij van het Evangelie, niet die van mensen. Zo is er ook geen druk om mensen voortdurend te behagen, maar alleen God, de Heer van het Evangelie.

Gebeurt dat nog in onze tijd, dat we het zuivere Evangelie inruilen voor een ander evangelie? Het gevaar ligt altijd volop op de loer, dat wijst de kerkgeschiedenis uit.

Maar wanneer krijgen we eigenlijk een ander Evangelie? Laten we dat eens dichtbij brengen. We krijgen een ander Evangelie …

  1. …wanneer we iets aan dat Evangelie toevoegen, dat er niet bij hoort.

In het geval van de Galaten was het wel duidelijk: de werken der wet werden onder druk van anderen via de achterdeur binnengehaald, en men dacht dat dat wel samen met Christus kon gaan. Nu, dat kon niet. Kruis en besnijdenis verdragen elkaar niet.

Hoe is dat in onze situatie? Aan hoeveel voorwaarden moeten wij voldoen voordat we ons van anderen een kind van God mogen noemen? Worden status en aanzien bij ons stiekem toch niet meegeteld als het gaat om de positie in het lichaam van Christus?

  1. …waneeer we iets centraals uit het Evangelie weglaten.

Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer we zwijgen over de zonde, zo’n impopulair onderwerp. Dan zal de leer van de verlossing ook aan kaliber inboeten, want waar is nu die verlossing voor nodig? Voor onze fouten?

  1. …wanneer we niet alle elementen van het Evangelie prediken.

Vaak belijden we de hele Schrift te geloven en te willen leven. Maar let eens op wat we laten liggen. Willen we nog wel met de God van het Oude Testament geassocieerd worden?

Ook kan het gebeuren dat bepaalde elementen verzelfstandigd gaan worden. Dan wordt er voortdurend op één aambeeld gehamerd. Met name bij rechtvaardiging en heiliging is het gevaar aanwezig dat één van beide in de preek naar voren komt en de andere mondjesmaat genoemd wordt.

Tegelijk wil ik niet zover gaan om te zeggen dat we een totaal ander Evangelie krijgen wanneer we een enkel element vergeten of veronachtzamen.

Naast deze zijn er wel meer mogelijkheden. Ik hoor graag aanvullingen van uw kant. De vraag is natuurlijk: wanneer krijg je werkelijk een ander evangelie? Wat is de grens? Zeker een interessante vraag, maar moeilijk beantwoordbaar. Je zou wel wat kunnen zeggen over de centrale elementen van het Evangelie, maar uiteindelijk zul je toch geen bevredigend antwoord kunnen vinden. Ik veronderstel dat de Galaten van zichzelf dachten dat ze helemaal niet zo’n grote aanpassing hadden gedaan, maar toch was dit voor Paulus reden genoeg om te spreken over een ander evangelie.

Bovendien ook een beetje typisch, zo’n vraag als ‘wat is de grens?’. Waarom zou je dat moeten weten? Uit nieuwsgierigheid? Of om voor jezelf het veilige gevoel te hebben dat je wel binnen de kaders zit?

In elk geval moet dit vaststaan. De kern van het Evangelie voor Paulus is Christus (zie verzen 11 en 12 waarin evangelie en Jezus Christus als inhoud van de openbaring aan elkaar gelijk staan). Over Hem moet het gaan.