woensdag 9 december 2009

VnG voor de klas

kSta al weer een tijdje voor de klas. Vanaf eind augustus tot nu. 15 weken - 1 week herfstvakantie = 14 weken. 13 lesuren per week = 182 lesuren - een aantal lesuitvallen = zo'n 175 lesuren.
Het gaat redelijk tot goed. Zo nu en dan zit er een lesje tussen waarvan je denkt: die vergeten we even. Toch kan dat niet, om twee redenen: 1) Mensen, waaronder ik mij schaar, hebben een geheugen, dat niet altijd opgelegd kan worden -tenzij met medicatie of andere dwingende middelen- wat het moet opslaan en wat het moet missen. 2) Al is die nare les niet representatief voor de rest, toch zitten er dingen in die je jezelf moet toeschrijven. Evaluatie is dus nodig: wat is er voorgevallen, waar ging het mis, wat deed ik om dat te verhelpen, wat deed ik verkeerd, hoe kan het ook anders, etc.
Op school hebben we vorige week de 1e periode afgesloten. De leerlingen hebben hun rapport gehad. Sommigen zijn misschien even geschrokken van hun cijfer voor Grieks of Latijn. Of ze hebben een gesprekje met de mentor gehad. Of ze hebben zelf de conclusie getrokken dat hun inzet omhoog moet. In elk geval zie ik deze en vorige week verandering in de houding van een aantal, wat mij natuurlijk verheugt.
De 2e klassen, die tot voor augustus nog geheel onvermoeid waren door klassieke teksten en verhalen, zijn hun onschuld op dat gebied kwijt. Het nieuwe is er af. Nu zal blijken of de interesse genoeg is om gemotiveerd door te gaan. Er bereiken mij af en toe signalen dat die interesse niet al te groot is. Daar zal ik dus op in moeten steken.
Lesgeven is zoeken naar een balans. Een balans tussen jouw activiteit en die van de leerlingen. Je moet bijv. niet de hele les uit staan leggen bij het bord, maar een hele les zelfstandig werken is ook niet goed. Het is een balans tussen structuur en creativiteit. Af en toe moet je er even doorheen fietsen. Even iets anders, iets leuks.
Leerlingen hebben soms een ander idee bij leuk, dat blijkt wel. In de ramen klimmen, het bord ontregelen, met z'n allen door één deur willen als de bel gaat, elkaars agenda inkleuren. Dat haalt het qua leukheidsgraad natuurlijk nooit bij de klassieke wereld.
Die klassieke wereld... dat is zo'n wijde wereld. Waar begin je, waar eindig je? Waar ga je dieper op in? Wat betreft cultuur, geschiedenis en mythen zou ik meer willen doen. Het is nog zoeken...
En dat zal het wel even blijven.

vrijdag 13 november 2009

Een vaag gevoel van wantrouwen

Welvaart heeft zijn prijs. Ons overvalt de laatste tijd
De angst dat er soms iets in het eten zit
Of iets in de lucht, een onopgemerkt kwaad
Een sluipmoordenaar, die je te laat
Opmerkt en je ontluisterd achterlaat.

Gif in het grondwater, kankerstof in roet
Van de barbecue. We doen het zelf en toch
Overkomt het ons. Wij consumeren
Alles maar naar binnen en verteren
Langzaamaan onszelf.

Een vaag gevoel van wantrouwen heeft zich
Genesteld in ons broze lichaam en onze geest
Vernauwt zijn ogen, kijkt schichtig alle kanten uit.
Wie bedreigt zijn geworpen lot?

Wie kan de lucht die hij ademt niet ademen?
Wie kan het water dat hij drinkt niet drinken?
Wie alles checkt en dubbel checkt heeft geen leven.
Wie alles slikt en inhaleert leeft misschien even
Korter.

zaterdag 31 oktober 2009

Dingen zijn om te gebruiken, mensen om lief te hebben

'You know, God gave us people to love and things to use.
But sin has reversed that.
We love things and use people.
But when you get converted, when you repent, you'll become like Jesus.
Then you love people. And you don’t love things, you only use them.
That’s how Jesus was!'

(Vertaling: Weet je, God heeft ons mensen gegeven om lief te hebben en dingen dat wij ze zouden gebruiken. Maar de zonde heeft dat omgedraaid. We houden van dingen en gebruiken mensen.
Maar als je bekeerd wordt, dan word je als Jezus. Dan houd je van mensen. En je houd niet van dingen, je gebruikt ze alleen. Dat is zoals Jezus was!)

Prediker Zac Poonen - 'De heerlijkheid van Christus in de gemeenschap der heiligen', track 6, 03:58

Onbaatzuchtig dienen

Leeswijzer: Gedachten die al langer lagen te sluimeren, en er nu graag uit willen. Niet gericht op bepaalde personen, wel gezien op sommige momenten bij anderen dat het me opviel. Dat ik het niet bij mezelf zie, is misschien teken van gebrek aan dienstbaarheid, of blinde vlek...

Veel van ons dienen is nog doortrokken van een verkeerde geest. Het kan tot een soort bezit geworden zijn, waaraan mensen zich vastklampen. Neem iemand eens een dienblad uit de handen en zeg: 'Ik doe dat wel, neem jij nu eens even rust.' Heel goed mogelijk laat de ander het dienblad niet los, want daardoor verliest hij/zij de mogelijkheid om te dienen.
We hebben een taak veroverd, en laten die niet graag meer los, want we verkrijgen er onze eigenwaarde door. Het is een zekerheidje geworden dat ons leven structuur geeft, en veiligheid. Ik ben nodig en belangrijk.
Ons dienen, dat onbaatzuchtig is begonnen, is ongemerkt iets geworden wat niet primair voor de ander, maar vooral voor onszelf bedoeld is. Een schijn van dienstbaarheid, maar de kern ervan verloochend... (vrij naar 2 Tim 3,5)
Zou dat achter de oproep van Jezus aan Martha hebben gelegen? 'Martha, Martha, leg die bezem nu eens neer. Kijk eens hoe wit je knokkels zijn, zo krampachtig klamp je jezelf vast aan de positie die je hebt ingenomen en de taak die je op je hebt genomen.'
Goed dienen. Dat is dienen dat onbaatzuchtig is. Soms is dat, vreemd genoeg, iemand anders voor laten gaan wanneer dat in het belang van die ander is. Dat is niet het meeste in het minste zijn willen zijn.Dat is niet twisten bij een deur wie de ander voor laat gaan, terwijl er een rij van anderen achter je staat te wachten.
Dienen is dingen oppakken, maar ook uit handen kunnen geven. Het is helemaal gericht op de ander. Het wordt gedragen door de vaste zekerheid dat je identiteit vast ligt in God, en niet een vriendelijke smoel hoeft te krijgen door veel dienens.

Theoloog met de hamer, die soms iets van een boemerang heeft

dinsdag 27 oktober 2009

De lach

Fenomenologie van de lach.
Zal vast wel ergens door iemand zijn geschreven. Ga dat niet over doen. Maar kijk toch eens om je heen wat voor soorten lach je allemaal tegen kunt komen. Is een boeiende gewaarwording.

De gulle lach
Een golf van lach, recht uit het hart, gunnend en welgemeend. Opgeruimd en aanstekelijk.

De schreeuwerige lach
Lacher heeft geen grenzen, en gaat op in eigen vrolijkheid. Kan anderen daarmee storen. Terreur van eigen vrolijkheid. Plezier die ruimte van anderen inneemt, bezet, annexeert.
Vindt men vaak terug onder groep schreeuwerige tieners in een bus.

De hysterische of onbeheerste lach
Een aangedreven lach. Men doet alle sluizen open, zonder gene onbedaard lachen. Bekend van verjaardagen en familiefeestjes.
Kan bijna verstikkend zijn. Werkt een groepslacherigheid in de hand, die moeilijk is terug te keren. Pandora's box.

De zenuwachtige lach
Geboren uit verlegenheid met de situatie. Komt ook voor als soort stopwoord, maar dan in de vorm van lachen. Uiterst vervelend als je dit soort mensen spreekt.

De stille lach
Meer in- dan uitwendig. Blijft soms geheel binnen. Kan een gedurige gemoedstoestand zijn van stille vrolijkheid. 'Binnenpretje' is een magere vorm hiervan.

De stervende lach
Laatste gedeelte van de lach. Let eens op de gezichten van mensen die gelachen hebben.
Uiterst curieus hoe het gezicht weer overgaat in de normale stand (stand by). Deze overgang van lach naar stand by lijkt een soort sterven te zijn.

De arrogante lach
Lach van de trotse en onaantastbare mens. Vanuit de hoogte, dedain. Straalt uit: ik ben binnen. Maar: die in de hemel woont, die zal lachen.

De kleine lach
"In veel talen, schrijft Simon Critchley in Humor, 'is de glimlach een diminutief van de lach'. In het Latijn hanteert men een onderscheid tussen de lach en de sub- of onderlach, tussen ridere en subridere. Dat heb je in veel talen, in het Frans (rire en sourire) of het Duits (das Lachen en das Lächeln); het gaat dan niet om uitbundig lachen maar om 'de kleine lach'.

Grappen nodigen uit tot lachen. Soms zijn ze om je te bescheuren, meestal gaat er gegniffel en gegrinnik aan vooraf. Maar de beste grappen gaan vergezeld van een glimlach, die kleine lach waar Friedrich Nietzsche over schreef. 'Hoe vreugdevoller en zekerder de geest', luidt een van zijn aforismen, 'des te meer vergeten wij de luide lach en vervangen wij hem met een voortdurend begeesterd glimlachen, een teken van zijn verwondering omtrent de ontelbare verborgen geneugten van een aangenaam bestaan.' " Bron: Volkskrant

Een lach ontstaat. Er moet voedingsbodem voor zijn. Niemand kan een lach maken. Tenminste, behalve bij zo'n lachsessie (ik doel op lach-therapie) waarbij je elkaar aan het lachen kan maken. Dan kun je elkaar aansteken.

Een lach kun je, wanneer hij begonnen is, wel bevorderen en laten aanzwellen.
Lachen is een wilsbesluit.
Vreemd. Je bent geneigd te denken dat het iets is wat opkomt, wat echt is. Maar mensen hebben geleerd dit paard te temmen en te besturen, te laten galopperen wanneer mogelijk en binnen te houden wanneer ongewenst.

Wanneer men zich veilig voelt, lacht men het meest.

Lachen is gezond, maar kan soms zeer ongezond klinken.

Hoe iemand lacht, zegt veel over diens persoonlijkheid. Zal vast wel een psychologische studie naar zijn gedaan.

Voor meer soorten lachen houd ik me aanbevolen.

Lachen kan zelfs een pathologisch verschijnsel zijn. Zie dit psychiatrische artikel:

Op de afdeling glimlacht de patiënt veel, ook bij
berispingen. Zijn gedrag is onhandig en uitbundig.
Daardoor komt hij in conflict met medepatiënten,
die hem als storend ervaren. De lach is
spotachtig, ingehouden en kan niet gecontroleerd
worden. De lach is nooit luidkeels noch uitbundig
en gaat ook niet gepaard met vreugde. De patiënt
weet niet waarom hij lacht. Ook tijdens activiteiten
blijft de lach constant aanwezig. De lach is egosyntoon.
De patiënt beleeft de lach niet als storend,
maar de omgeving wel.
(...)
Het is bekend dat de caudale hypothalamus,
die interne emotionele en fysiologische veranderingen
coördineert, meespeelt bij de lach. Het ventrale
pontomedullaire centrum coördineert het uitademen,
de gezichtsuitdrukking en de emotioneel bepaalde
vocalisatie. Tot slot blijken de bilaterale corticobulbaire
banen de lach te onderdrukken.

(...)
Fenomenologisch perspectief
Een basiswerk
waarin het onderscheid tussen natuurlijk lachen
en intentioneel, vals of strategisch lachen geïllustreerd
wordt, is het boek Lachen und Weinen van
Plessner (1965), waarin de lach vanuit fenomenologisch
gezichtspunt onderzocht wordt. Volgens
Plessner kan een persoon in een toestand komen
waarbij de lichaamsbeheersing verloren gaat,
maar niet ten gevolge van een specifieke emotie
(zoals bij angst). Het antwoord op die existentiële
verlegenheid is dan lachen of wenen. De lach is
volgens Plessner een onpersoonlijke uiting waarmee
we ons zelf-zijn redden in situaties waarin
we niet in staat zijn tot een adequate stellingname.

Bron: Tijdschrift voor Psychiatrie

donderdag 8 oktober 2009

Docent en de laaarlingen

Tegenwoordig ben ik docent. Ik onderwijs klassieke talen (Latijn en Grieks) aan de Pieter Zandt. Of is het nu 'het' Pieter Zandt? In elk geval: zo'n 13 uur per week heb ik leerlingen voor mijn neus, en een variabel aantal uur zit ik aan de voorbereiding, die een hoop vergt.

Vandaag hoorde ik van leerlingen dat ze mij opgespoord hebben op het grote web. Jongens, gefeliciteerd!
'Wat had u lange haren, meneer!' Sommigen vonden dat helemaal niks, anderen wel.
Zo ben je het onderwerp van bezichtiging, keuring, kritiek, commentaar. Leerlingen (op Urk: 'laaarlingen') hebben een hoop te vertellen, dat blijkt wel. Of je als docent ook nog wat te zeggen hebt? Daar ben je zelf bij. Soms is het al best lastig om ze goed stil te krijgen.

In elk geval is het best leuk, en gaat het prima. De ene dag beter dan de andere.
In de herfstvakantie ga ik alles even goed op een rijtje zetten en daarna met nieuw beleid verder. Want leerpunten zijn er genoeg.

Het mooiste is om mee te maken dat er begrip bij leerlingen doorbreekt (dankzij of ondanks mij?). Of dat ze in één keer vanuit de gedemotiveerde houding komen in een nieuw enthousiasme voor het vak.

woensdag 12 augustus 2009

Geloven: actief of passief? (I)

Wat is geloven nu eigenlijk? Doe ik dat zelf, of doet God dat? En hoe stel ik me verder op in mijn geloofsleven: actief of passief? Het is toch 'God Die het doet'?
Dit zijn denk ik erg belangrijke vragen. Menig gelovige loopt er tegenaan, soms er in vast. We kunnen ons kapot lopen in een overijverig zijn voor God, of in een geestelijke lethargie raken waarin we Gods water over Gods akker laten lopen. Ik wil daarom in een aantal gedachten op deze materie ingaan.
De harde waarheid: iedereen wordt dood geboren
Om gelijk hard met de deur in huis te vallen: wie geen geloof in God heeft, kan wel heel actief zijn in de rest van zijn leven, maar geestelijk is hij - en het klinkt zo hard dat ik het moeilijk vind om neer te schrijven - dood. Paulus schrijft de mensen in Efeze: 'U was dood door de misstappen en zonden (Efeze 2,1).' Theologen noemen dit de doodsstaat van een mens. Er is dus geen enkele geestelijke activiteit van een zondaar te verwachten, behalve dan strubbelingen die de drenkeling verder in het moeras doen zakken. Dood betekent in elk geval passief zijn.
De harde waarheid is dat dit dood-zijn voor ons allemaal geldt zoals we van huis uit zijn. Zoals we geboren worden ('van nature') liggen we in de zonde, en zijn we beheerst door de macht van de zonde, en de zonde brengt de dood.
Intussen proberen we wel alles om deze dodigheid te verbergen, en op te poetsen. Maar omdat deze daden niet bij God vandaan komen, hebben ze geen enkele betekenis of waarde. Tenminste, niet zolang men ze ziet in Gods licht.
Maar God... wil ons levend maken!
Er is gelukkig een vervolg. En dat vervolg komt van God. God wil ons niet in de modder laten zitten. Hij wil ons niet in de dood laten, maar is zelf in de dood afgedaald. Om door de dood zelf de dood te overwinnen. Jezus, Gods Zoon, heeft de macht van de zonde en de dood gebroken, en kan ons daarom uit die macht bevrijden.
God was het ons niet verplicht om ons uit de modder van zonde en dood te halen. Wij hebben onszelf daar in gebracht. En het ergste is niet dat we onszelf in een ellendige situatie hebben gebracht, maar dat we tegen God hebben gerevolteerd, in opstand zijn gekomen. Met als gevolg dat we ons van God hebben afgekeerd, en in een ellendige situatie zijn gekomen. Buiten God is geen leven, maar ellende. Mensen zijn bedoeld om met God te leven. We zijn aangeschapen op God. Wanneer we uit deze bedoeling weglopen, worden we ongelukkig. Geestelijk dood, psychisch verstoord of onvolledig. Het ware geluk ligt niet binnen handbereik. Het is een leugen van de moderne psychologie dat de mens zijn eigen geluk kan verwezenlijken.
God heeft voor redding gezorgd. Er is een uitweg. Maar...
'Een ieder die gelooft, zal behouden worden.' Leven binnen handbereik!
God vraagt geloof in Hem, om gered te worden. Wie gelooft, zal behouden worden (Rom 10,9-13). Is dat dan niet voorwaardelijk? Nee, het is eigenlijk heel logisch. Degene die macht heeft om uit de modder te bevrijden, vraagt: geloof je dat Ik het doen kan? Wanneer je dat niet gelooft, heeft het ook geen zin om de hand uit te steken. De drenkeling wordt dus gevraagd om de hand uit te steken naar Degene die gewillig is om hem eruit te halen. Dat uitsteken van de hand is geloof. Het klinkt dus heel eenvoudig. Het is ook heel eenvoudig. Geloven is tegen God zeggen: 'ik zit hier in de ellende, en ik weet dat ik bij U moet zijn om mij hieruit te halen. U bent daartoe machtig en bereid. Hier heeft u mijn hand.'
De vraag is nu: is dit uitsteken van de hand nu actief of passief? Komt dit uit de mens of uit God?
Even een pas op de plaats: is het wel zo'n relevante vraag? Eigenlijk niet. Wanneer je ziet in welke ellende je verkeert, ga je er niet over peinzen of het uitsteken van je hand nu actief of passief is. Je steekt die hand uit! Degene die Zijn hand uitsteekt, roept: doe het nu maar!
Uitstekende hand is actief
Uitsteken, we kunnen er omheendraaien, is actief. Maar - en hier gaat het voorbeeld van de man in het moeras mank - het uitsteken is een gave van God, het is door God bewerkt! Dit is nu een geheimenis wat de theologie niet klein kan krijgen. Jezus riep Lazarus uit zijn graf. Lazarus was zo dood als, .... ja, als een pier, om het zo maar even te zeggen. Niet hersendood, niet schijndood, maar helemaal dood (ook al zei Jezus dat Lazarus sliep. Ik denk echter dat Hij dat zei omdat dood vanuit Gods perspectief niet meer is dan slaap. Hij heeft macht over de dood, en kan ons met een enkel woord levend maken, zoals wij met een enkel woord iemand kunnen wakker maken die slaapt).
Wordt vervolgd


maandag 20 juli 2009

Een passie voor God hebben, dat is heiliging

Afgelopen weekend bezocht ik de Heart Cry-conferentie waar Paul Washer en Charles Leiter sprekers waren over het thema 'Amazing Grace'. Je moet niet denken dat ik elke week conferenties afloop, hoewel ik wel vaak op dat soort evenementen aanwezig ben. Het biedt nu eenmaal meer dan een boek over een onderwerp lezen, hoewel dat laatste vaak een stuk dieper op de stof ingaat. Tijdens een conferentie, zo maakte ik een conferentiegenoot wijs, kun je meer onder het beslag komen van de boodschap. En er is ruim gelegenheid na te praten met andere mensen, en te bidden. En om oude bekenden te ontmoeten, bijvoorbeeld van je oude middelbare schooltijd.

We moeten natuurlijk niet naar een conferentiechristendom toe, maar we moeten de principes die we op conferenties aangereikt krijgen zien te integreren in het leven van Alle Dag. Want daar gebeurt het.
Toch lijken conferenties ook een soort compensaties te zijn voor wat je elders mist. Conferenties voorzien in een leemte. Of het nou om een wetenschappelijke studieconferentie gaat, waar je collegewetenschappers ontmoet die je niet dagelijks ziet en een onderwerp bestudeert waar je anders niet aan toekomt; of dat het gaat om een geestelijke groeiconferentie, waar je samen met gelijkgezinden je buigt over een thema dat je hart raakt. Bij deze laatste gelegenheden proef je iets van de gemeenschap der heiligen. Kritiek op Heart Cry, die deze ontmoetingen faciliteert, is dat zij concurreert met de kerk. Dat kan zo wezen, in elk geval vult zij aan wat de kerk laat liggen: een stuk onderwijs over heiliging (hoewel het afgelopen conferentie meer basaal was, o.a. over de rechtvaardiging, maar het ging ook over getuigen en de passie voor God) en ontmoeting en gesprek van hart tot hart. Het lijkt wel - maar dat zou toch erg zijn - alsof je dat soort gesprekken alleen op een conferentie krijgt. Nou heeft Heart Cry geen monopolie op conferenties of weekenden. Ook een gemeente zou zelf heel goed gemeenteweekenden kunnen beleggen, die dan niet per se alleen ontspannend hoeven te zijn. Afijn, dat is een hele discussie.

Waar ik het eigenlijk over wou hebben, is een bepaalde uitspraak van Paul David Washer. Hij had het even over heiliging - toch nog (de boef). En hij ging in tegen 'regeltjesheiligheid', dus dat heiliging het volgen van wetten is, het doen van bepaalde dingen en het laten van andere dingen. Nu ontkende hij dit aspect niet. Maar het is niet de kern van heiligheid. Heiligheid is dat we bepaalde slechte dingen laten staan, om ons uit te strekken naar goede dingen, de dingen van God, sterker nog: God Zelf. Vanuit een verlangen naar en een zicht op Gods heerlijkheid, heiligheid, liefde. Gedreven door passie voor God God zoeken, dat is heiligheid najagen.

We moeten niet zondigen omdat het slecht is of verkeerd, maar we moeten het laten liggen, omdat God iets beters voor ons heeft liggen: Zijn eigen goedheid en genade.

woensdag 15 juli 2009

Zomerconferentie C.S.F.R.

Vorige week was ik aanwezig bij de ZomerConferentie (ZoCo) van de Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato, een reformatorische studentenvereniging waar ik zelf zo'n zes jaar lid van geweest ben. Mij was de eer te beurt gevallen deze conferentie voor te zitten. Dit houdt concreet in het thema inleiden aan het publiek, en elke dag de sprekers (lectoren) introduceren, de lezingen openen en de discussie leiden. Het thema was 'de Vroegchristelijke Kerk', een nogal breed thema, dat de laatste tijd op nogal wat belangstelling kan rekenen. In strikte zin kun je het geen thema noemen, meer een tijdvak, waar verschillende themata uit te bestuderen zijn, zoals martelaarschap, dwalingen, canonisering, kerkvaders, vroegchristelijke levensstijl, etc. Dat hebben we dan ook met vreugde gedaan.
Te gast als lectoren waren bij ons dr. E.P. Meijering (vroegchristelijke deskundige bij uitstek), dr. M.A. van Willigen (vorig jaar gepromoveerd op Ambrosius), dr. G.P. Luttikhuizen (emeritus uit Groningen, kenner van gnostische geschriften) en drs. J.W. van Berkum (wetenschappelijk medewerker bij de SGP).

Het was, ondanks dat het toch wat algemeen bleef, een interessante conferentie. Het heeft bepaalde dingen aangescherpt, zoals Meijering zei dat de groei van het christendom in de eerste eeuw niet zo explosief was. Maar zelf heb ik nog wel wat vragen bij of en hoe we dingen kunnen 'overnemen' van de eerste christenen. Bijvoorbeeld hun levensstijl en hun soms wat aparte bijbelgebruik. In elk geval hoop ik dat de conferentie de leden van de C.S.F.R. geïnspireerd heeft haar diepere bronnen te gaan bestuderen, mochten zij dat nog niet doen.

Zie ook:

dinsdag 14 juli 2009

Verhuisd naar Kampen


Sinds 15 juni 2009 zijn wij de officiële en gelukkige bezitters van een pand in Kampen. Dit leuke en gezellige huisje ligt in Kampen Zuid, een wijk met veel uitstraling, die voornamelijk bestaat uit jaren-30 woningen.


Een mens heeft op bepaalde kruispunten in zijn leven de keuzevrijheid: waarheen te gaan? Voor ons was zo'n moment gekomen aan het einde van onze studies, vlak voordat we voor vijf maanden naar Zuid-Afrika zouden gaan. Waar willen we wonen als we terugkomen? Dat moest toen beslist worden, aangezien Jannet de plek van haar opleiding al voor de reis moest vastleggen. Wij hebben toen een behoorlijk tal provincies weggestreept en zijn uitgekomen bij Kampen/Zwolle en Nijmegen. Het is uiteindelijk Kampen/Zwolle geworden. Jannet vond een plek in het Zonnehuis, een gloednieuw verpleegtehuis waar ze nog wel een verpleeghuisarts (in opleiding) konden gebruiken. Ikzelf ben na onze reis ook op zoek gegaan, in Kampen en Zwolle. Uiteindelijk vond ik, naast de parttime job die ik in april bij IFES heb gevonden, een baan als docent klassieke talen aan de Pieter Zandt scholengemeenschap. Het lijkt erop dat we ons aan het settelen zijn...
Uiteraard brengt dat ook allerlei netelige kwesties met zich mee, waaronder het verschijnsel klusmoeheid (alhoewel we in vergelijking met anderen niet eens zoveel werk hoeven te verzetten), en de curiositeit dat je bekender met het koffieautomaat bij de Karwei bent geraakt dan met die van thuis...


En dat door een druk gezellig straatje toch best wel veel auto's kunnen gaan, zodat je oren veel decibellen moeten verwerken. Ach... gelukkig heeft een mens de gave gekregen om te relativeren, dat wil zeggen: zijn moeiten tegenover die van anderen te zetten, en dan te kunnen concluderen dat hij eigenlijk over niks aan het zeuren of piekeren is. Af en toe moeten we die gave gewoon vaker activeren.


Alles in Hem

‘Alles in Hem’

Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing. 1 Korinthe 1:30

Lieve Zaligmaker, in Uw lijden zie ik niet alleen de oneindigheid van de zonde, maar ook de oneindigheid van Uw liefde, zodat, hoewel ik reden heb om toornig op mijzelf te zijn vanwege mijn zonde, ik niet behoef te wanhopen. Als de bezoldiging van de zonde de dood is, zo is de verdienste van Uw lijden het leven. Als mijn zonden opklimmen ten hemel, is Uw genade boven de hemelen. Ofschoon zij tot Uw troon reiken om mij te beschuldigen, is er Eén op de troon die mij niet zal veroordelen.
Wanneer ik op mijzelf zie en mijn vuilheid en begeerten waarneem, ben ik met schaamte aangedaan; maar als ik op U zie, in Uw volheid en algenoegzaamheid, ben ik aangedaan vanwege het wonder. Ben ik zwak? Hij is mijn Sterkte. Ben ik dwaas? Hij is tot wijsheid van God voor mij geworden. Ben ik goddeloos? Hij is mij geworden tot gerechtigheid. Ben ik onzuiver? Hij is mij geworden tot heiliging. Ben ik in banden? Hij is mij geworden tot gehele verlossing. Bij mij is alleen de vijandschap van een schepsel, maar Zijn liefde is de liefde van God.
Maar ik ben een groot zondaar. Dan is Hij een Zaligmaker, ja een groot Zaligmaker. Waarop kan mijn ziel nu roemen? Zie toch dat er een grote barmhartigheid is in God, een grote barmhartigheid in Christus die een groot zondaar zaligt.
Nu, omhels ik met de armen van mijn geloof de belofte en Hemzelf in de belofte. Hier wil ik leven en hier wil ik sterven. Geloofd zij God Die mij altijd geeft dat ik mag roemen in Jezus Christus, mijn Heere.

John Meikle


Uit: L.J. van Valen, Wie dorst heeft, kome, dagboekstukjes vertaald en samengesteld. Dit stukje staat bij 24 mei. Een stukje wat me iedere keer weer aangrijpt. Onze schuld en onvermogen is niet zo hoog of Gods genade gaat er wel overheen. Gods genade is altijd meer. Alles in Christus.

zondag 15 februari 2009

Van krachteloos tot krachtig. Steeds voort

Na een trip van 5 maanden in Zuid-Afrika weer terug in ons vader- en moederland. Dat voelt vertrouwd zeg. De indrukken van Zuid-Afrika zijn vele, zie voor een impressie http://onskuierplekkie.blogspot.com/. Maar we zijn blij dat we weer terug zijn. We hebben geen plannen gekregen om ons daar te gaan vestigen, wel om er een keertje terug te gaan. Ondertussen bidden sommige mensen daar of God ons toch niet zou willen roepen naar Zuid-Afrika voor vast, als we afgaan op wat de studenten en staf van de bijbelschool ons vertelden.
Laten zij hun wensen maar naar God brengen, wij zitten hier voorlopig veilig... Als God roept, roept Hij krachtig.
Ondertussen door de stapels post heengewerkt, en proberen we hier het leven weer op de rails te krijgen. Door het venster zien we hoe het buiten regent, sneeuwt, grijzig en bewolkt is. Niet om vrolijk van te worden. Hartelijk onthaal in de kerk gehad. Ook familie, vrienden en buren, voor zover al ontmoet of gebeld, waren hartelijk. Dat is een opsteker.
De mensen hier zijn niet schokkend veranderd. Wij ook niet. Je kunt zo weer met elkaar praten, verder vanaf het punt waarop je elkaar verlaten hebt. Dat is een geruststelling, maar misschien ook een teleurstelling? Welke verandering valt er van een mens te verwachten, en moet je van een mens verwachten? Sterker nog: welke verandering moet je van jezelf verwachten?
Ik weet dat God in de mens werkt, en in de gelovigen door Zijn Geest woont. Die Geest vernieuwt en verandert de boel, en dat is een rijke wetenschap. Maar voor mij zou het wel iets zichtbaarder en sneller mogen. Ik had verwacht dat er meer met me zou gebeuren in Zuid-Afrika. Dat er een vuur in me zou ontstoken worden, waardoor ik in een brand zou komen te staan die nooit meer geblust zou kunnen worden. Dat is niet gebeurd, niet in die mate waarin ik het me zo voorstel. Ik heb de kracht gezocht... en niet gevonden?
Dat is ook wat me tegenstond in de Nederlandse context: de krachteloze indruk die we maken. (Laat ik 'we' even beperken tot het gereformeerde christendom). En ik vind het moeilijk om precies duidelijk te maken hoe ik dat bedoel, hoe dat op me overkomt.
Drie teksten hebben me in dit verband nogal beziggehouden de achterliggende tijd:

2 Tim 1: 7 Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.

2 Tim 3:5 Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.

Hand 1:8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.

Als ik deze teksten op me inlaat werken, dan weet ik: ja, dit is wat we missen, wat we nodig hebben. Dat de Geest met kracht door ons gaat werken. Dan heeft ons getuigenis kracht.
Hebben we ergens onderweg kracht verloren? Kracht verloochend zelfs? Een vraag die me blijft beklemmen.
Het kan niet volstaan als we zeggen dat we de Geest al ontvangen hebben, en daarmee ook de kracht, wanneer de kracht niet manifest is, als die er niet op één of andere manier uitkomt.
Verder op zoek dus.