zaterdag 31 oktober 2009

Dingen zijn om te gebruiken, mensen om lief te hebben

'You know, God gave us people to love and things to use.
But sin has reversed that.
We love things and use people.
But when you get converted, when you repent, you'll become like Jesus.
Then you love people. And you don’t love things, you only use them.
That’s how Jesus was!'

(Vertaling: Weet je, God heeft ons mensen gegeven om lief te hebben en dingen dat wij ze zouden gebruiken. Maar de zonde heeft dat omgedraaid. We houden van dingen en gebruiken mensen.
Maar als je bekeerd wordt, dan word je als Jezus. Dan houd je van mensen. En je houd niet van dingen, je gebruikt ze alleen. Dat is zoals Jezus was!)

Prediker Zac Poonen - 'De heerlijkheid van Christus in de gemeenschap der heiligen', track 6, 03:58

Onbaatzuchtig dienen

Leeswijzer: Gedachten die al langer lagen te sluimeren, en er nu graag uit willen. Niet gericht op bepaalde personen, wel gezien op sommige momenten bij anderen dat het me opviel. Dat ik het niet bij mezelf zie, is misschien teken van gebrek aan dienstbaarheid, of blinde vlek...

Veel van ons dienen is nog doortrokken van een verkeerde geest. Het kan tot een soort bezit geworden zijn, waaraan mensen zich vastklampen. Neem iemand eens een dienblad uit de handen en zeg: 'Ik doe dat wel, neem jij nu eens even rust.' Heel goed mogelijk laat de ander het dienblad niet los, want daardoor verliest hij/zij de mogelijkheid om te dienen.
We hebben een taak veroverd, en laten die niet graag meer los, want we verkrijgen er onze eigenwaarde door. Het is een zekerheidje geworden dat ons leven structuur geeft, en veiligheid. Ik ben nodig en belangrijk.
Ons dienen, dat onbaatzuchtig is begonnen, is ongemerkt iets geworden wat niet primair voor de ander, maar vooral voor onszelf bedoeld is. Een schijn van dienstbaarheid, maar de kern ervan verloochend... (vrij naar 2 Tim 3,5)
Zou dat achter de oproep van Jezus aan Martha hebben gelegen? 'Martha, Martha, leg die bezem nu eens neer. Kijk eens hoe wit je knokkels zijn, zo krampachtig klamp je jezelf vast aan de positie die je hebt ingenomen en de taak die je op je hebt genomen.'
Goed dienen. Dat is dienen dat onbaatzuchtig is. Soms is dat, vreemd genoeg, iemand anders voor laten gaan wanneer dat in het belang van die ander is. Dat is niet het meeste in het minste zijn willen zijn.Dat is niet twisten bij een deur wie de ander voor laat gaan, terwijl er een rij van anderen achter je staat te wachten.
Dienen is dingen oppakken, maar ook uit handen kunnen geven. Het is helemaal gericht op de ander. Het wordt gedragen door de vaste zekerheid dat je identiteit vast ligt in God, en niet een vriendelijke smoel hoeft te krijgen door veel dienens.

Theoloog met de hamer, die soms iets van een boemerang heeft

dinsdag 27 oktober 2009

De lach

Fenomenologie van de lach.
Zal vast wel ergens door iemand zijn geschreven. Ga dat niet over doen. Maar kijk toch eens om je heen wat voor soorten lach je allemaal tegen kunt komen. Is een boeiende gewaarwording.

De gulle lach
Een golf van lach, recht uit het hart, gunnend en welgemeend. Opgeruimd en aanstekelijk.

De schreeuwerige lach
Lacher heeft geen grenzen, en gaat op in eigen vrolijkheid. Kan anderen daarmee storen. Terreur van eigen vrolijkheid. Plezier die ruimte van anderen inneemt, bezet, annexeert.
Vindt men vaak terug onder groep schreeuwerige tieners in een bus.

De hysterische of onbeheerste lach
Een aangedreven lach. Men doet alle sluizen open, zonder gene onbedaard lachen. Bekend van verjaardagen en familiefeestjes.
Kan bijna verstikkend zijn. Werkt een groepslacherigheid in de hand, die moeilijk is terug te keren. Pandora's box.

De zenuwachtige lach
Geboren uit verlegenheid met de situatie. Komt ook voor als soort stopwoord, maar dan in de vorm van lachen. Uiterst vervelend als je dit soort mensen spreekt.

De stille lach
Meer in- dan uitwendig. Blijft soms geheel binnen. Kan een gedurige gemoedstoestand zijn van stille vrolijkheid. 'Binnenpretje' is een magere vorm hiervan.

De stervende lach
Laatste gedeelte van de lach. Let eens op de gezichten van mensen die gelachen hebben.
Uiterst curieus hoe het gezicht weer overgaat in de normale stand (stand by). Deze overgang van lach naar stand by lijkt een soort sterven te zijn.

De arrogante lach
Lach van de trotse en onaantastbare mens. Vanuit de hoogte, dedain. Straalt uit: ik ben binnen. Maar: die in de hemel woont, die zal lachen.

De kleine lach
"In veel talen, schrijft Simon Critchley in Humor, 'is de glimlach een diminutief van de lach'. In het Latijn hanteert men een onderscheid tussen de lach en de sub- of onderlach, tussen ridere en subridere. Dat heb je in veel talen, in het Frans (rire en sourire) of het Duits (das Lachen en das Lächeln); het gaat dan niet om uitbundig lachen maar om 'de kleine lach'.

Grappen nodigen uit tot lachen. Soms zijn ze om je te bescheuren, meestal gaat er gegniffel en gegrinnik aan vooraf. Maar de beste grappen gaan vergezeld van een glimlach, die kleine lach waar Friedrich Nietzsche over schreef. 'Hoe vreugdevoller en zekerder de geest', luidt een van zijn aforismen, 'des te meer vergeten wij de luide lach en vervangen wij hem met een voortdurend begeesterd glimlachen, een teken van zijn verwondering omtrent de ontelbare verborgen geneugten van een aangenaam bestaan.' " Bron: Volkskrant

Een lach ontstaat. Er moet voedingsbodem voor zijn. Niemand kan een lach maken. Tenminste, behalve bij zo'n lachsessie (ik doel op lach-therapie) waarbij je elkaar aan het lachen kan maken. Dan kun je elkaar aansteken.

Een lach kun je, wanneer hij begonnen is, wel bevorderen en laten aanzwellen.
Lachen is een wilsbesluit.
Vreemd. Je bent geneigd te denken dat het iets is wat opkomt, wat echt is. Maar mensen hebben geleerd dit paard te temmen en te besturen, te laten galopperen wanneer mogelijk en binnen te houden wanneer ongewenst.

Wanneer men zich veilig voelt, lacht men het meest.

Lachen is gezond, maar kan soms zeer ongezond klinken.

Hoe iemand lacht, zegt veel over diens persoonlijkheid. Zal vast wel een psychologische studie naar zijn gedaan.

Voor meer soorten lachen houd ik me aanbevolen.

Lachen kan zelfs een pathologisch verschijnsel zijn. Zie dit psychiatrische artikel:

Op de afdeling glimlacht de patiënt veel, ook bij
berispingen. Zijn gedrag is onhandig en uitbundig.
Daardoor komt hij in conflict met medepatiënten,
die hem als storend ervaren. De lach is
spotachtig, ingehouden en kan niet gecontroleerd
worden. De lach is nooit luidkeels noch uitbundig
en gaat ook niet gepaard met vreugde. De patiënt
weet niet waarom hij lacht. Ook tijdens activiteiten
blijft de lach constant aanwezig. De lach is egosyntoon.
De patiënt beleeft de lach niet als storend,
maar de omgeving wel.
(...)
Het is bekend dat de caudale hypothalamus,
die interne emotionele en fysiologische veranderingen
coördineert, meespeelt bij de lach. Het ventrale
pontomedullaire centrum coördineert het uitademen,
de gezichtsuitdrukking en de emotioneel bepaalde
vocalisatie. Tot slot blijken de bilaterale corticobulbaire
banen de lach te onderdrukken.

(...)
Fenomenologisch perspectief
Een basiswerk
waarin het onderscheid tussen natuurlijk lachen
en intentioneel, vals of strategisch lachen geïllustreerd
wordt, is het boek Lachen und Weinen van
Plessner (1965), waarin de lach vanuit fenomenologisch
gezichtspunt onderzocht wordt. Volgens
Plessner kan een persoon in een toestand komen
waarbij de lichaamsbeheersing verloren gaat,
maar niet ten gevolge van een specifieke emotie
(zoals bij angst). Het antwoord op die existentiële
verlegenheid is dan lachen of wenen. De lach is
volgens Plessner een onpersoonlijke uiting waarmee
we ons zelf-zijn redden in situaties waarin
we niet in staat zijn tot een adequate stellingname.

Bron: Tijdschrift voor Psychiatrie

donderdag 8 oktober 2009

Docent en de laaarlingen

Tegenwoordig ben ik docent. Ik onderwijs klassieke talen (Latijn en Grieks) aan de Pieter Zandt. Of is het nu 'het' Pieter Zandt? In elk geval: zo'n 13 uur per week heb ik leerlingen voor mijn neus, en een variabel aantal uur zit ik aan de voorbereiding, die een hoop vergt.

Vandaag hoorde ik van leerlingen dat ze mij opgespoord hebben op het grote web. Jongens, gefeliciteerd!
'Wat had u lange haren, meneer!' Sommigen vonden dat helemaal niks, anderen wel.
Zo ben je het onderwerp van bezichtiging, keuring, kritiek, commentaar. Leerlingen (op Urk: 'laaarlingen') hebben een hoop te vertellen, dat blijkt wel. Of je als docent ook nog wat te zeggen hebt? Daar ben je zelf bij. Soms is het al best lastig om ze goed stil te krijgen.

In elk geval is het best leuk, en gaat het prima. De ene dag beter dan de andere.
In de herfstvakantie ga ik alles even goed op een rijtje zetten en daarna met nieuw beleid verder. Want leerpunten zijn er genoeg.

Het mooiste is om mee te maken dat er begrip bij leerlingen doorbreekt (dankzij of ondanks mij?). Of dat ze in één keer vanuit de gedemotiveerde houding komen in een nieuw enthousiasme voor het vak.