maandag 25 februari 2008

Leven in verbondenheid

Dit boek gaat over verbondenheid. Of gemeenschap. De auteur betoogt dat echte verbondenheid ontstaat wanneer wij Christus beter leren kennen. Hij is het beeld van God. God is een God van verbondenheid, die er vreugde in vindt om samen te zijn, en om samen te brengen.

Deze diepe notie doet mij wel wat. Er is veel vervreemding. Wat hebben wij nog met elkaar? Die vraag leeft in de maatschappij, en er wordt gezocht naar verbindende middelen. Ook in de kerk is het een kwestie. Steeds meer komen mensen tot de ontluisterende conclusie: we zitten hier nu wel met elkaar, maar hebben we elkaar ook werkelijk wat te zeggen?

Dit boek zou ons kunnen helpen. Niet als wondermiddel: even snel lezen, een methode overnemen, en dat was het weer. Maar als richtingwijzer naar Christus.
Onder ons gevoel van vervreemding, achter de pijn van het voelen ervan, borrelt een verlangen naar verbondenheid. Laten we eerst eerlijk onze gevoelens benoemen, peilen wat er werkelijk aan de hand is. Dan pas spreken over de oplossing. En hoe sneller we die zoeken in de richting van Christus en de Geest, hoe beter.

Ik lijd aan vervreemding. Ik verlang naar verbondenheid. Ik geloof in een God die dat waar kan en wil maken. Hier en nu.

Jos Douma, Leven in verbondenheid. De kracht van het kennen van Christus. Kok Kampen, 2006, € 13.40
Zie zijn website.

zaterdag 23 februari 2008

Rust in alle omstandigheden

Tranquillus in umbris - Rustig temidden van de golven

Laatst moest ik sterk denken aan (bevindelijk gezegd: werd ik bepaald bij) een tweetal dingen die ik vroeger had gelezen. Het ene gedeelte ging over de apostel Paulus. In zijn brief aan mensen uit Filippi schrijft hij enkele woorden over, om het maar met een actueel woord te zeggen, zijn levenskunst: Fil 4,10-13. Die levenskunst hield in dat hij zich niet van de wijs liet brengen door de omstandigheden: hij had geleerd om genoegen te nemen met de situaties waar hij in terecht kwam. Verderop zegt hij hoe dat kan: ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft. Zijn innerlijke vreugde liet Paulus niet bepalen door wat er om hem heen gebeurde, maar was geankerd in en werd gevoed door de grond van zijn leven: Jezus.

Het andere gedeelte ging over een man, die door sommigen als een heilige wordt gezien: broeder Laurentius. Hij heeft een boek geschreven, De praktijk van Gods tegenwoordigheid. Deze broeder had zijn werk in de keuken en de mensen schreeuwden als zij wat hebben wilden. 'Maar ondanks dat voortdurende gekletter van borden en bestek werd zijn inwendige mens niet in onrust gebracht. Bij al dat jagen en jachten in de keuken was hij zich net zo bewust van Gods nabijheid als hij dat was in rustig gebed.' Wonderlijke rust moet dat zijn.

Is deze consistente innerlijke vrede en rust ook nog verkrijgbaar in deze jachtige tijd? Is het ook haalbaar voor ons, gewone mensen? Of zou het alleen maar zijn voor hoogheilige mensen als Paulus en Laurentius? Moet je er misschien een bepaalde aanleg of karakter voor hebben?

Ik denk dat het te leren is. Paulus verwoordt het zelfs immers ook zo: 'ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen' (vs. 11). Allereerst is het belangrijk om een geestelijk leven te hebben, wat op een dieper niveau ligt dan ons psychische en uiterlijke leven. Een geestelijk leven waarin Jezus koning is, wat betekent dat we ons aan Hem hebben toegewijd. Hij is de grond van ons leven. Verder dat we onszelf voor ons geluk niet afhankelijk zien van aardse dingen: rijkdom of armoede, voor- of tegenspoed, complimenten of beledigingen
, maar ons voor onze blijdschap en geluk op Hem gewezen zien, die ons geluk is: Jezus zelf. Het is nodig dat we zijn aanwezigheid zoeken, door Hem in het gebed aan te spreken, en te vragen of Hij merkbaar bij ons wil zijn. Wanneer we onze omstandigheden en ervaringen tegen de gemeenschap met Jezus afzetten, zullen ze op hun plaats worden gezet. Als we deze dingen door de hulp van de Geest leren, zullen we groeien in geestelijke volwassenheid. Immers, een belangrijk kenmerk daarvan is tegelijk onafhankelijk en afhankelijk zijn. En aan geestelijke volwassenheid hebben we vandaag de dag wel behoefte.

Nu de praktijk nog: maandagmorgen in de tram, tussen luide muziek en eventueel stinkende mensen...

PS: door af en toe het woord 'keuken' te laten vallen, hoop ik ook iets te schrijven wat voor huisvrouwen en - mannen relevant kan zijn. ;-p

De passages waarnaar verwezen wordt, zijn:
- D.M. Lloyd-Jones, 'Learning To Be Content', hoofdstuk XX uit Spiritual Depression. Its Causes and Cure, ook vertaald in Nederlands (Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit, De Banier). Aanrader.
- Watchman Nee, De vrijmaking van de geest, z.j., 27, 31. Overigens deel ik van deze auteur niet al zijn antropologische
uitgangspunten.

maandag 11 februari 2008

Over het Heilig Avondmaal (1)

De Gastheer

De beste voorbereiding is om binnen in het hart van Jezus te zien. Als u verstaat wat Hij, Die op de troon zit, voor u begeert, hoe Hij naar u verlangt, wat Hij voor u bedacht heeft, dan zal dit, meer dan wat anders ook, uw begeerten en verlangens opwekken en u de rechte voorbereiding schenken. (...) Hijzelf wil binnenkomen. Zijn tegenwoordigheid is uiteindelijk de vreugde van het feestmaal. (...) Heerlijk Paasfeest met Jezus vieren! Heerlijk Avondmaal met Jezus houden! Hij is Gastheer, Hij is ook het Bruiloftskleed. Hij is ook Spijs. Hij kent mijn behoeften; Hij weet wat mij tot nu toe weerhouden heeft, en de liefde van Jezus heeft er behagen in om mij aan Zijn tafel juist dát te geven, wat mijn honger kan verzadigen. O Jezus, begeert U zéér om met mij het Pascha te eten? Ik waag het om te antwoorden: Ook ik verlang zeer om met U het Avondmaal te vieren. Mijn ziel verlangt naar het Avondmaal met Jezus.

Uit: Andrew Murray, De Avondmaalstafel. Over de viering van het Heilig Avondmaal, Utrecht: De Banier, 19-20.

vrijdag 8 februari 2008

Mechanismen van in- en uitsluiting (2)

Insiders en outsiders
Mensen creëren automatisch een binnen en een buiten. Deze automatismen zijn te benoemen als sociaal-psychologische mechanismen, die vaak gewoon functioneren zonder dat we dat ons bewust zijn. Er zijn natuurlijke grenzen die bepalen of je een insider of een outsider bent. Binnen het kader van familiebetrekkingen spreken we over het gezin of de familie en de aanhang. Ook al wordt een aanhangende opgenomen in de familie, en is hij in zekere zin een insider, toch blijft hij altijd ergens een outsider.
Op hoger, nationaal-cultureel niveau zien we dat een volk mensen van een andere cultuur binnen zich opneemt, maar dit vaak gepaard gaat met bepaalde eisen: een bepaalde mate van aanpassing, die we integratie noemen. Aanpassing in gedrag, taal, kennis, etc. ‘Je mag bij ons komen wonen, maar dan moet je wel een beetje zoals wij worden.‘ Het lijkt mooi, maar wanneer de insiders bepalen hoe de outsiders insiders moeten worden, hebben zij de macht over hoe ver de insluiting gaat. Onder dit proces ligt vaak een diepe wortel van xenofobie verborgen, en angst voor de vreemde gaat vaak gepaard met een angst voor het verlies van eigen identiteit. ‘Kom niet te dichtbij, want anders besmet je me misschien.‘
Hoger nog dan dit niveau, op transnationaal en intercultureel niveau, spelen soortgelijke mechanismen; alleen zijn deze nog moeilijker zichtbaar te maken. Het zou verrassend kunnen zijn om ontwikkelingshulp in dit licht te bezien. Of de rechten van de mens, die een handvol mensen voor de rest van de wereld heeft opgesteld.
Wanneer we er voor het gemak even vanuit gaan dat mechanismen van in- en vooral uitsluiting vaak negatief, onderdrukkend, of fnuikend uitpakken voor een bepaalde groep, kunnen we zeggen dat het kwaad tot in onze maatschappelijke en globale structuren is doorgedrongen.