woensdag 17 februari 2010

Keswick en Romeinen 7

Over de plaats van Romeinen 7 in het christelijke leven wordt door de verschillende leiders van Keswick verschillend gedacht. Sprekend over Romeinen 7 hebben we het met name over de persoon die daar uitroept: ‘ik ellendig mens!’ nadat hij heeft bekend: ‘het goede dat ik wil dat doe ik niet’.

Barabas, die in 1952 de theologie van Keswick probeerde te duiden, brengt ondanks verschillende visies toch een uitleg naar voren, en wel die van Hopkins. Voordat hij dat doet, geeft hij aan dat er naast de Keswickvisie grofweg drie posities te onderscheiden zijn als het gaat over de interpretatie van Romeinen 7.


Andere posities naast de Keswickvisie


(1) Paulus beschrijft de ervaringen van een onwedergeboren Jood – waarschijnlijk zichzelf – die probeert de wet te houden. Hij streeft ernaar heilig te worden door zijn eigen pogingen, zonder de genade. De passage leert de krachteloosheid van de wet en dat genade nodig is om een heilig leven te leiden.


(2) Paulus beschrijft de normale ervaring van elke christen in zijn strijd met de zonde. Niet alleen teruggevallen christenen treuren zo over zichzelf dat ze zeggen ‘ik ellendig mens’, nee, een ieder die in gemeenschap met Christus leeft uit deze klacht elke dag en elk uur. De verlossing die aan het einde van het hoofdstuk wordt beschreven ligt in de toekomst.


(3) Paulus beschrijft de ervaringen van een christen in zijn onsuccesvolle conflict met de zonde voordat hij het geheim van de bevrijding heeft geleerd. Romeinen 7 en Romeinen 8 beschrijven opeenvolgende stadia in de ervaring van eenzelfde persoon. De ervaring van Romeinen 7 kan achtergelaten worden, zonder dat je er ooit meer naar terug hoeft.


Barabas zegt na de beschrijving van deze visies dat visie (2) en visie (3) door alle Keswick leiders die hij kent worden afgewezen. Een enkeling is van mening dat visie (1) de juiste is.


De Keswick visie


De visie die kenmerkend is voor Keswick wordt door Hopkins in één van toespraken uiteengezet.


(4) De ervaring van strijd en nederlaag die hier beschreven wordt is niet de door God bedoelde normale christelijke ervaring, maar laat zien wat er gebeurt wanneer een persoon, of die nu wedergeboren is of niet, probeert om de oude natuur te overwinnen in eigen kracht, zonder de goddelijke remedie. De wet van het gemoed is niet sterk genoeg om de wet van de zonde en de dood in onze leden tegen te gaan.

Het hoofdstuk beschrijft een christen, op zichzelf bekeken, los van actief geloof in Christus, en los van de inwoning van Hem. Het hoofdstuk is een beschrijving van de aard van de krachten in een christen en de gevolgen van hun werking, apart van Christus.

Elke christen is ‘in Christus’ (positie) maar er bestaat zoiets als niet in Hem blijven. Er is dus een onderscheid te maken tussen positie en ervaring.

We zijn in onszelf hulpeloos. De wet van de Geest moet de wet van de zonde, die in ons levend blijft, tegengaan. Wanneer we in Christus blijven (dat is: leven in gemeenschap met Hem), zijn we vrij van de wet van de zonde en de dood.


Kritische vragen

Ik stel niet zozeer kritische vragen bij die visie op Romeinen 7 die Keswick heeft, want het lijkt me juist om te zeggen dat in Romeinen 7 ons een beeld wordt gegeven van iemand die zonder de kracht van Christus en de Geest het leven probeert te bereiken, maar daarin totaal niet slaagt. Wel moet in het oog worden gehouden dat het de bedoeling van Paulus niet is om een ervaring per se te beschrijven, maar eerder een les wil meegeven die deze ervaring ons leert, namelijk dat de wet krachteloos is om van de zondemacht te bevrijden. Het houden van de wet op zichzelf, los van de Geest, zal nooit tot heiliging leiden (zie ook de visie op Romeinen 7, verderop in deze blog).

Wel stel ik vragen bij verschillende accenten van de heiligingsleer van Keswick die in de visie op Romeinen 7 duidelijk worden.


· Kun je de wedergeboren mens bezien, apart van de inwonende Christus? Christus en de Geest wonen toch altijd en blijvend in hem?

· Leg je in deze visie niet heel veel nadruk op het blijven in Christus door gemeenschap met Hem te hebben als middel om de zondekracht tegen te gaan?

· Is het ‘blijven in Christus’, uitgelegd als een dagelijkse gemeenschap met Christus, wel een juiste uitleg van Johannes 15:4-5? Wat doe je dan met vers 6: ‘Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.’

Consequent doorgetrokken zou dat dus betekenen dat iedere christen die niet dagelijks de gemeenschap met Christus beoefent buiten geworpen wordt en onder het oordeel komt? (volgens mij de uitleg van verbrand worden) Dat is tamelijk vergaand.

· Is het wel een juiste uitleg van Romeinen 8:2 (de wet van de Geest des levens heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood) wanneer je zegt dat dit plaatsvindt zolang je in Christus blijft (gemeenschap met Hem beoefent)? Het vrijmaken door de wet van de Geest lijkt gezien het taalgebruik toch eerder op een momentane gebeurtenis, afgesloten en wel?

dinsdag 16 februari 2010

De zondeleer van Keswick

Zoals we vorige keer hebben gezien, bestaat de Keswick Convention gewoonlijk uit 5 dagen die een bepaalde opbouw vertonen. Die opbouw heeft een theologisch karakter. Het vertelt hoe men in Keswick denkt. De opbouw staat symbool voor de Keswick Teaching.

Op de eerste dag staat de zonde centraal.

Wat is nu de visie van Keswick op de zonde? Dat is niet eenvoudig weer te geven. Men kan een samenvatting gaan maken van de verschillende toespraken die in de loop van jaren zijn gehouden. Het is wellicht makkelijker en lonender om een gezaghebbend werk van een Keswick-leider ter hand te nemen om te zien wat deze over zonde te zeggen heeft.

Een dergelijk werk vinden we in The Law of Liberty in the Spiritual Life van Dr. Evan H. Hopkins (1884). In dit werk behandelt Hopkins verschillende geestelijke thema’s. Hij begint met de zonde. In totaal geeft hij 6 karakteristieken van de zonde, die ik hieronder samengevat weergeef.

1) Zonde als overtreding tegen God
Zonde is rebellie tegenover God, een handeling van zelfwil en onafhankelijk optreden van God. Het is het overtreden van Gods wet en het ingaan tegen Zijn wil.
Door de verzoening heeft de gelovige vrijheid van zonde als overtreding.

2) Zonde als een heersend principe
Zonde is niet slechts een uiterlijke daad, maar ook een innerlijke macht die van binnenuit mens beheerst, en hem tot slaaf maakt.
Door Christus’ dood is de gelovige onmiddellijk vrij van het gezag van de zonde als meester.

3) Zonde als morele verontreiniging
Zonde is onreinheid die de mens ongeschikt maakt voor Gods aanwezigheid.
Gods heiligheid kan geen geestelijke onreinheid verdragen.
Het bloed echter zuivert van de verontreiniging van de zonde.

4) Zonde als een geestelijke ziekte
Zonde kan als een ziekte verlammen en van geestelijke kracht beroven. Het kan ook geestelijke organen aantasten, dat ze niet meer werken, zodat we geestelijk blind en doof worden.
Christus is gekomen om elke kracht en levensfunctie die we bezitten vrij te zetten zodat die God de eer kunnen brengen.

5) Zonde als een aangeleerde gewoonte
Zonde kan als kwade gewoonte, ontstaan na inslijping door herhaling van zondige daden, een mens in zijn greep krijgen, maar deze gewoonten moeten en kunnen worden afgelegd.
Een van de vruchten van Christus’ dood is complete en onmiddellijke bevrijding van de boze macht van onze voormalige wijze van leven.

6) Zonde als een inwonende geneigdheid
De neiging tot zonde is in dit leven altijd in ons. Net zoals een plant zonder levenskracht noodzakelijkerwijs dood zal gaan, zo is het ook met het geestelijk leven van de gelovige. Apart van het leven van Christus als inwonend leven vervalt de gelovige terug in een toestand van geestelijk verval.

‘Apart from Christ as the indwelling life, even the most advanced believer would at once relapse into a state of spiritual decay, because the law of sin would no longer be counteracted.’

Er is geen uitroeiing van het zondeprincipe, maar wel ‘counteraction’ (een tegengaan van de zonde) door de wet van de Geest (Rom 8:2). Heiligheid is geen onveranderlijke staat van zuiverheid, maar een in stand gehouden toestand, die geen bestaan heeft los van Christus.

‘By the light of His own indwelling presence He keeps sin outside the region of our consciousness. The cleansing thus brought about and realized is not a state, but a maintained condition, having no existence whatever apart from Christ Himself.’

‘The law of the living Christ – that law into which we are introduced when we know what it is to be in vital fellowship with the risen Christ – sets us free and keeps us in a condition of freedom from the law of sin and death.’

Voor de eerste vijf aspecten van de zonde is vrijheid beschikbaar door de dood van Christus. Maar wat betreft het laatste aspect is geen verwijdering van de zonde mogelijk, maar alleen ‘counteraction’, en hiervoor zijn we aangewezen op het leven van Christus.

dinsdag 9 februari 2010

Adviezen aan Keswickgangers

Voorafgaand aan één van de eerdere Conventions werd de bezoekers deze adviezen meegegeven in welke toestand zij zich het beste naar de conferentie konden begeven en hoe zij zich daar het beste konden opstellen:

"We have met as Christians to wait upon the Lord for the fulfilment in us of those promises of grace which He has made to us in Jesus Christ. For the better securing this end particular attention is requested to the following suggestions:

I. Come waiting on the Lord, desiring and expecting blessing to your own soul individually.


II. Be ready to learn whatever God may teach you by His word, however opposed to human prejudices and traditions.

III. Heartily renounce all known evil and even doubtful things not of faith.

IV. Lay aside for the time all reading except the Bible.

V. Avoid conversation which has a tendency to divert your mind from the object of the Meetings. Do not dispute with any, but rather pray with those who differ from you.

VI. Eat moderately, dress simply, retire to rest early."

maandag 8 februari 2010

Programma van een Keswick Convention

Een Keswick Convention nam zo'n week in beslag. Deze weken vertoonden door de jaren heen een zeker patroon. In de thematiek die op de onderscheiden dagen aan de orde werd gesteld zat een zekere doelgerichte ontwikkeling. Deze ontwikkeling ziet er zo uit:


Dat de Keswickweek zo geordend werd, heeft alles te maken met het doel van de Convention. Evan Hopkins, een van de vooraanstaande figuren uit de vroege jaren van de beweging, placht het zo te zeggen dat het bij de week van Keswick niet gaat 'about the subject' (thema), maar 'about the object' (doel). Zoals eerder gezegd: Keswick wilde geen conferentie zijn met fijne Bijbellezingen, maar had een heel bepaald doel: mensen die geestelijk op een lager peil van verlies en mislukking leefden op een door God mogelijk gemaakt hoger plan brengen. Deze doelgerichtheid is terug te vinden in het thematisch verloop van de conferentie.


Keswick werd een geestelijke kliniek genoemd. Mensen die ziek en gewond waren door de zonde kwamen hier binnen om te herstellen. Voordat herstel mogelijk is, moet er eerst een juiste diagnose worden gesteld.


1) Zonde - De diagnose

Deze diagnose nam men bij Keswick niet nauw. Er werd stevig over de zonde gesproken, en dan zonde zoals God het ziet. De 'exceeding sinfulness of sin' werd voorgehouden. Dit diende ertoe om de bezoekers tot zelfonderzoek te manen. Men geloofde dat de Heilige Geest via deze weg mensen tot overtuiging van hun zonden wilde brengen. Gelovigen die een leven van veel vallen en weinig opstaan leidden moesten inzien dat zij in eigen kracht niet uit deze ellende konden komen, maar alleen door een krachtig werk van Gods Geest. Dat men de heiliging zelf ter hand nam - heiliging via werken en inspanningen - was onderdeel van de zondigheid.


Keswick: tussen Wesleyaans en Gereformeerd

"Keswick teaching, throughout the Convention’s history, has of necessity emphasised the indwelling of the Holy Spirit, for his presence is the one indispensable ingredient of holy living. Unlike Wesleyan and Arminian concepts of holiness generally, which teach an eradication of the sinful nature, or Reformed concepts which teach an inward spiritual work by which a new principle is placed in the heart of the believer by the Holy Spirit so that his desires and intentions intrinsically change, Keswick teachers historically argued that the old nature remains as corrupt as it ever was. The Christian’s tendency to sin is not extinguished but counteracted by the persistent enabling of the Holy Spirit dwelling in him. It is the day by day living, in dependence on the Holy Spirit, that enables a person to live victoriously, and not primarily one encounter with the Spirit that forever changes his disposition and state of heart."

Charles Price & Ian Randall, Transforming Keswick (2000), p. 253

Parafrase van bovenstaand citaat
De Keswick Teaching vaart tussen een Wesleyaanse en een Gereformeerde positie omtrent heiliging door. Wesleyanen leren dat de liefde tot zondigen wordt uitgerukt (eradication) in een bepaalde ervaring waarbij de gelovige geheel geheiligd wordt (entire sanctification). Gereformeerden verwerpen dit, en leren dat er naast de oude natuur een nieuw levensprincipe in de gelovige wordt ingeplant. Dit wordt door de Heilige Geest bewerkt, onderhouden en gevoed. Tijdens een proces van heiliging wordt de gelovige door dit nieuwe principe veranderd. Sommigen gaan verder en leren ook dat de oude natuur in dat proces afgebroken wordt (Warfield).
Keswick daarentegen leert tegenover de Wesleyanen dat de zonde niet uitgeroeid (extinguished) wordt en tegenover de Gereformeerden dat de oude natuur niet verbeterd wordt. In die zin is ze radicaler tegenover de zonde dan de Gereformeerden! Als het gaat over het nieuwe leven spreekt Keswick liever niet over een nieuw levensprincipe dat wordt ingeplant, maar over de Heilige Geest die Zijn inwoning komt maken. Het nieuwe leven is de Heilige Geest. Het nieuwe leven wordt geleefd in afhankelijkheid van Hem, dag bij dag. Spreken over een nieuw levensbeginsel, dat dan weliswaar wordt onderhouden door de Heilige Geest, laat teveel openheid voor zelfstandig leven ten opzichte van God. Een wandel in afhankelijkheid van en gemeenschap met God, dat is de kern van de heiliging voor Keswick.
Het is wel duidelijk dat we hier niet te maken hebben met een gearriveerde theologie. Ook het etiket 'perfectionisme' kan volgens mij niet op deze leer worden geplakt. De zonde blijft volgens Keswick immers aanwezig en hoewel de macht ervan over de gelovige beslissend gebroken is, moet men voortdurend beducht zijn voor zijn verlokking en heerschappij. De Heilige Geest is de enige persoonlijke krachtbron die deze macht tegen kan gaan (counteraction).