dinsdag 16 februari 2010

De zondeleer van Keswick

Zoals we vorige keer hebben gezien, bestaat de Keswick Convention gewoonlijk uit 5 dagen die een bepaalde opbouw vertonen. Die opbouw heeft een theologisch karakter. Het vertelt hoe men in Keswick denkt. De opbouw staat symbool voor de Keswick Teaching.

Op de eerste dag staat de zonde centraal.

Wat is nu de visie van Keswick op de zonde? Dat is niet eenvoudig weer te geven. Men kan een samenvatting gaan maken van de verschillende toespraken die in de loop van jaren zijn gehouden. Het is wellicht makkelijker en lonender om een gezaghebbend werk van een Keswick-leider ter hand te nemen om te zien wat deze over zonde te zeggen heeft.

Een dergelijk werk vinden we in The Law of Liberty in the Spiritual Life van Dr. Evan H. Hopkins (1884). In dit werk behandelt Hopkins verschillende geestelijke thema’s. Hij begint met de zonde. In totaal geeft hij 6 karakteristieken van de zonde, die ik hieronder samengevat weergeef.

1) Zonde als overtreding tegen God
Zonde is rebellie tegenover God, een handeling van zelfwil en onafhankelijk optreden van God. Het is het overtreden van Gods wet en het ingaan tegen Zijn wil.
Door de verzoening heeft de gelovige vrijheid van zonde als overtreding.

2) Zonde als een heersend principe
Zonde is niet slechts een uiterlijke daad, maar ook een innerlijke macht die van binnenuit mens beheerst, en hem tot slaaf maakt.
Door Christus’ dood is de gelovige onmiddellijk vrij van het gezag van de zonde als meester.

3) Zonde als morele verontreiniging
Zonde is onreinheid die de mens ongeschikt maakt voor Gods aanwezigheid.
Gods heiligheid kan geen geestelijke onreinheid verdragen.
Het bloed echter zuivert van de verontreiniging van de zonde.

4) Zonde als een geestelijke ziekte
Zonde kan als een ziekte verlammen en van geestelijke kracht beroven. Het kan ook geestelijke organen aantasten, dat ze niet meer werken, zodat we geestelijk blind en doof worden.
Christus is gekomen om elke kracht en levensfunctie die we bezitten vrij te zetten zodat die God de eer kunnen brengen.

5) Zonde als een aangeleerde gewoonte
Zonde kan als kwade gewoonte, ontstaan na inslijping door herhaling van zondige daden, een mens in zijn greep krijgen, maar deze gewoonten moeten en kunnen worden afgelegd.
Een van de vruchten van Christus’ dood is complete en onmiddellijke bevrijding van de boze macht van onze voormalige wijze van leven.

6) Zonde als een inwonende geneigdheid
De neiging tot zonde is in dit leven altijd in ons. Net zoals een plant zonder levenskracht noodzakelijkerwijs dood zal gaan, zo is het ook met het geestelijk leven van de gelovige. Apart van het leven van Christus als inwonend leven vervalt de gelovige terug in een toestand van geestelijk verval.

‘Apart from Christ as the indwelling life, even the most advanced believer would at once relapse into a state of spiritual decay, because the law of sin would no longer be counteracted.’

Er is geen uitroeiing van het zondeprincipe, maar wel ‘counteraction’ (een tegengaan van de zonde) door de wet van de Geest (Rom 8:2). Heiligheid is geen onveranderlijke staat van zuiverheid, maar een in stand gehouden toestand, die geen bestaan heeft los van Christus.

‘By the light of His own indwelling presence He keeps sin outside the region of our consciousness. The cleansing thus brought about and realized is not a state, but a maintained condition, having no existence whatever apart from Christ Himself.’

‘The law of the living Christ – that law into which we are introduced when we know what it is to be in vital fellowship with the risen Christ – sets us free and keeps us in a condition of freedom from the law of sin and death.’

Voor de eerste vijf aspecten van de zonde is vrijheid beschikbaar door de dood van Christus. Maar wat betreft het laatste aspect is geen verwijdering van de zonde mogelijk, maar alleen ‘counteraction’, en hiervoor zijn we aangewezen op het leven van Christus.

Geen opmerkingen: