zondag 11 mei 2008

Aanbidding (2)

God aanbidden is tegen Hem terugzeggen wat Hij tegen ons over zichzelf heeft gezegd. In dezelfde woorden, of misschien een beetje anders geformuleerd. Niet terugzeggen op een formele wijze, letterknechtelijk, koud, op een wijze dat het buiten ons omgaat. Maar zo warm dat het te merken is dat het door ons heen is gegaan, dat Gods zelfgetuigenis voor een tijd in ons heeft gewoond, en in ons overdenking heeft gevonden. In verwondering, liefde, uitbarsting van vreugde misschien.
Aanbidden is aanbieden. Het is het in Gods handen leggen van de gaven waarmee Hij ons ruim overlaadt. Zijn zelfopenbaring behoort tot Zijn grotere gaven.
Illustratie: God zegt tot ons in Zijn Woord: 'Ik ben goed.' Wij horen dit aan, nemen dit in ons op, het is ons eten en drinken, en wij geven het Hem terug, wij beamen het in aanbidding: 'God, U bent goed.'

Geen opmerkingen: