Leeswijzer: Gedachten die al langer lagen te sluimeren, en er nu graag uit willen. Niet gericht op bepaalde personen, wel gezien op sommige momenten bij anderen dat het me opviel. Dat ik het niet bij mezelf zie, is misschien teken van gebrek aan dienstbaarheid, of blinde vlek...
Veel van ons dienen is nog doortrokken van een verkeerde geest. Het kan tot een soort bezit geworden zijn, waaraan mensen zich vastklampen. Neem iemand eens een dienblad uit de handen en zeg: 'Ik doe dat wel, neem jij nu eens even rust.' Heel goed mogelijk laat de ander het dienblad niet los, want daardoor verliest hij/zij de mogelijkheid om te dienen.
We hebben een taak veroverd, en laten die niet graag meer los, want we verkrijgen er onze eigenwaarde door. Het is een zekerheidje geworden dat ons leven structuur geeft, en veiligheid. Ik ben nodig en belangrijk.
Ons dienen, dat onbaatzuchtig is begonnen, is ongemerkt iets geworden wat niet primair voor de ander, maar vooral voor onszelf bedoeld is. Een schijn van dienstbaarheid, maar de kern ervan verloochend... (vrij naar 2 Tim 3,5)
Zou dat achter de oproep van Jezus aan Martha hebben gelegen? 'Martha, Martha, leg die bezem nu eens neer. Kijk eens hoe wit je knokkels zijn, zo krampachtig klamp je jezelf vast aan de positie die je hebt ingenomen en de taak die je op je hebt genomen.'
Goed dienen. Dat is dienen dat onbaatzuchtig is. Soms is dat, vreemd genoeg, iemand anders voor laten gaan wanneer dat in het belang van die ander is. Dat is niet het meeste in het minste zijn willen zijn.Dat is niet twisten bij een deur wie de ander voor laat gaan, terwijl er een rij van anderen achter je staat te wachten.
Dienen is dingen oppakken, maar ook uit handen kunnen geven. Het is helemaal gericht op de ander. Het wordt gedragen door de vaste zekerheid dat je identiteit vast ligt in God, en niet een vriendelijke smoel hoeft te krijgen door veel dienens.
Theoloog met de hamer, die soms iets van een boemerang heeft
Geen opmerkingen:
Een reactie posten