Fenomenologie van de lach.
Zal vast wel ergens door iemand zijn geschreven. Ga dat niet over doen. Maar kijk toch eens om je heen wat voor soorten lach je allemaal tegen kunt komen. Is een boeiende gewaarwording.
De gulle lach
Een golf van lach, recht uit het hart, gunnend en welgemeend. Opgeruimd en aanstekelijk.
De schreeuwerige lach
Lacher heeft geen grenzen, en gaat op in eigen vrolijkheid. Kan anderen daarmee storen. Terreur van eigen vrolijkheid. Plezier die ruimte van anderen inneemt, bezet, annexeert.
Vindt men vaak terug onder groep schreeuwerige tieners in een bus.
De hysterische of onbeheerste lach
Een aangedreven lach. Men doet alle sluizen open, zonder gene onbedaard lachen. Bekend van verjaardagen en familiefeestjes.
Kan bijna verstikkend zijn. Werkt een groepslacherigheid in de hand, die moeilijk is terug te keren. Pandora's box.
De zenuwachtige lach
Geboren uit verlegenheid met de situatie. Komt ook voor als soort stopwoord, maar dan in de vorm van lachen. Uiterst vervelend als je dit soort mensen spreekt.
De stille lach
Meer in- dan uitwendig. Blijft soms geheel binnen. Kan een gedurige gemoedstoestand zijn van stille vrolijkheid. 'Binnenpretje' is een magere vorm hiervan.
De stervende lach
Laatste gedeelte van de lach. Let eens op de gezichten van mensen die gelachen hebben.
Uiterst curieus hoe het gezicht weer overgaat in de normale stand (stand by). Deze overgang van lach naar stand by lijkt een soort sterven te zijn.
De arrogante lach
Lach van de trotse en onaantastbare mens. Vanuit de hoogte, dedain. Straalt uit: ik ben binnen. Maar: die in de hemel woont, die zal lachen.
De kleine lach
"In veel talen, schrijft Simon Critchley in Humor, 'is de glimlach een diminutief van de lach'. In het Latijn hanteert men een onderscheid tussen de lach en de sub- of onderlach, tussen ridere en subridere. Dat heb je in veel talen, in het Frans (rire en sourire) of het Duits (das Lachen en das Lächeln); het gaat dan niet om uitbundig lachen maar om 'de kleine lach'.
Grappen nodigen uit tot lachen. Soms zijn ze om je te bescheuren, meestal gaat er gegniffel en gegrinnik aan vooraf. Maar de beste grappen gaan vergezeld van een glimlach, die kleine lach waar Friedrich Nietzsche over schreef. 'Hoe vreugdevoller en zekerder de geest', luidt een van zijn aforismen, 'des te meer vergeten wij de luide lach en vervangen wij hem met een voortdurend begeesterd glimlachen, een teken van zijn verwondering omtrent de ontelbare verborgen geneugten van een aangenaam bestaan.' " Bron: Volkskrant
Een lach ontstaat. Er moet voedingsbodem voor zijn. Niemand kan een lach maken. Tenminste, behalve bij zo'n lachsessie (ik doel op lach-therapie) waarbij je elkaar aan het lachen kan maken. Dan kun je elkaar aansteken.
Een lach kun je, wanneer hij begonnen is, wel bevorderen en laten aanzwellen.
Lachen is een wilsbesluit.
Vreemd. Je bent geneigd te denken dat het iets is wat opkomt, wat echt is. Maar mensen hebben geleerd dit paard te temmen en te besturen, te laten galopperen wanneer mogelijk en binnen te houden wanneer ongewenst.
Wanneer men zich veilig voelt, lacht men het meest.
Lachen is gezond, maar kan soms zeer ongezond klinken.
Hoe iemand lacht, zegt veel over diens persoonlijkheid. Zal vast wel een psychologische studie naar zijn gedaan.
Voor meer soorten lachen houd ik me aanbevolen.
Lachen kan zelfs een pathologisch verschijnsel zijn. Zie dit psychiatrische artikel:
Op de afdeling glimlacht de patiënt veel, ook bij
berispingen. Zijn gedrag is onhandig en uitbundig.
Daardoor komt hij in conflict met medepatiënten,
die hem als storend ervaren. De lach is
spotachtig, ingehouden en kan niet gecontroleerd
worden. De lach is nooit luidkeels noch uitbundig
en gaat ook niet gepaard met vreugde. De patiënt
weet niet waarom hij lacht. Ook tijdens activiteiten
blijft de lach constant aanwezig. De lach is egosyntoon.
De patiënt beleeft de lach niet als storend,
maar de omgeving wel.
(...)
Het is bekend dat de caudale hypothalamus,
die interne emotionele en fysiologische veranderingen
coördineert, meespeelt bij de lach. Het ventrale
pontomedullaire centrum coördineert het uitademen,
de gezichtsuitdrukking en de emotioneel bepaalde
vocalisatie. Tot slot blijken de bilaterale corticobulbaire
banen de lach te onderdrukken.
(...)
Fenomenologisch perspectief Een basiswerk
waarin het onderscheid tussen natuurlijk lachen
en intentioneel, vals of strategisch lachen geïllustreerd
wordt, is het boek Lachen und Weinen van
Plessner (1965), waarin de lach vanuit fenomenologisch
gezichtspunt onderzocht wordt. Volgens
Plessner kan een persoon in een toestand komen
waarbij de lichaamsbeheersing verloren gaat,
maar niet ten gevolge van een specifieke emotie
(zoals bij angst). Het antwoord op die existentiële
verlegenheid is dan lachen of wenen. De lach is
volgens Plessner een onpersoonlijke uiting waarmee
we ons zelf-zijn redden in situaties waarin
we niet in staat zijn tot een adequate stellingname.
Bron: Tijdschrift voor Psychiatrie
Geen opmerkingen:
Een reactie posten