Right now it is snowing in Newa Gine...
Merkwaardig. Geen witte Kerst, maar een wit Pasen. Of eigenlijk: een witte goede vrijdag. Niet dat de sneeuw hier blijft liggen. Daar is het te nat voor. En het gaat al snel over in regen.
Maart roert z'n staart. En sneeuw valt op d'aard.
Van boven naar beneden, rustig en kalm.
Komen, dalen, vallen. Maar niet bedekken. Nee, niet bedekken.
Smelten, oplossen, zakken, stromen en weer gaan.
Misschien tot later, je weet het niet.
Ondertussen wachten duizenden zielen tot hun bestaan van scharlakenrood gemaakt wordt tot het smetteloze van een sneeuwwit tafellaken.
Op een tafel staat wijn. Er ligt ook brood. Alles staat klaar.
Buiten staat het volk. Roerloos te wachten. De hogepriester is zojuist naar binnen gegaan. Zou hij terugkomen? Zou hij levend terugkomen?
Op hen daalt de sneeuw van Gods goedheid neer. Rode sneeuw. Dieprood. Bedekt alles. Vallend, van boven naar beneden. Om hen van beneden naar boven te brengen.
Daar staat de Vader. Wachtend. Nee, niet roerloos. Ontroerd is een beter woord. Alles is immers klaar. Het wijn, het brood. Op een grote tafel.
Buiten de feestzaal hangen kleden. Sneeuwwit. Gewassen in Gods eigen wasserij.
Je zou zeggen dat je van bloed niet wit wordt. Ik weet ook niet hoe dat kan. Ben wel blij, dat het kan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten